Levershunt bij honden

Wanneer bloed de lever passeert zonder gezuiverd te worden

Een levershunt (portosystemische shunt) is een abnormaal bloedvat dat het bloed uit de darmen langs de lever leidt in plaats van erdoorheen. De lever kan daardoor zijn zuiverende en metabole functies niet uitvoeren, wat leidt tot ophoping van gifstoffen in het bloed.

Dit artikel legt uit hoe levershunts ontstaan, welke symptomen ze veroorzaken en welke behandelingen beschikbaar zijn.

· · ·

Wat is een levershunt?

Een portosystemische shunt (PSS) is een abnormaal bloedvat dat het bloed uit de darmen rechtstreeks naar de grote bloedsomloop voert, zonder dat het eerst door de lever wordt gefilterd. Normaal stroomt al het bloed uit de darmen via de poortader door de lever, waar gifstoffen (waaronder ammoniak) worden afgebroken en voedingsstoffen worden verwerkt.

Bij een shunt omzeilt een deel of het merendeel van dit bloed de lever. Daardoor blijven giftige stoffen in de bloedbaan circuleren, wat neurologische verschijnselen (hepatische encefalopathie), groeiachterstand en urinewegproblemen veroorzaakt. Bovendien krijgt de lever te weinig bloed om normaal te groeien, waardoor ze klein blijft (atrofie).

Shunts zijn meestal aangeboren (congenitaal) en bestaan dan uit één enkel abnormaal bloedvat. Verworven shunts (meerdere kleine vaatjes) ontstaan secundair aan chronische leverziekte of portale hypertensie.

Symptomen van een levershunt

De symptomen variëren van subtiel tot ernstig en treden meestal op bij jonge honden in het eerste levensjaar:

  • Achterblijvende groei: de pup is kleiner en lichter dan nestgenoten
  • Neurologische episodes: verwardheid, doelloos rondlopen, kopdrukken, staren naar muren of toevallen, vooral na het eten
  • Overmatig drinken en plassen: polyurie en polydipsie door verminderde urineconcentratie
  • Braken: terugkerend braken, soms na eiwitrijke maaltijden
  • Wisselende eetlust: perioden van voedselweigering afgewisseld met normale eetlust
  • Kwijlen: overmatig speekselen, vooral bij katten maar ook bij honden met encefalopathie
  • Urinewegproblemen: ammoniumuraatkristallen of stenen in de urine door gestoord urinezuurmetabolisme
  • Traag herstel na narcose: honden met een shunt metaboliseren verdovingsmiddelen slecht

Neurologische verschijnselen die verergeren na het eten (vooral eiwitrijke maaltijden) zijn een klassiek signaal van hepatische encefalopathie door een levershunt.

Oorzaken en risicofactoren

Aangeboren shunts ontstaan door een ontwikkelingsfout: een embryonaal bloedvat dat normaal na de geboorte sluit, blijft open. Intrahepatische shunts (binnen de lever) komen vaker voor bij grote rassen, terwijl extrahepatische shunts (buiten de lever) typisch zijn voor kleine rassen.

Kleine rassen met een verhoogd risico zijn de Yorkshire Terriër, Maltezer, Shih Tzu, Cairn Terriër en Jack Russell Terriër. Grote rassen met een verhoogd risico op intrahepatische shunts zijn de Ierse Wolfshond, Labrador Retriever en Golden Retriever.

Verworven shunts ontstaan altijd secundair aan ernstige leverziekte (cirrose, fibrose) en bestaan uit meerdere kleine vaatjes die zich ontwikkelen als reactie op de verhoogde druk in de poortader.

Diagnose

Bloedonderzoek toont verlaagde leverwaarden (ureüm, albumine, cholesterol, glucose), een verhoogd ammoniak en sterk verhoogde galzuren (nuchter en postprandiaal). Urineonderzoek kan ammoniumuraatkristallen aantonen. Deze bloedwaarden samen zijn zeer verdacht voor een shunt.

CT-angiografie is de gouden standaard voor het lokaliseren en classificeren van de shunt. Buikechografie met doppleronderzoek kan de abnormale bloedstroom visualiseren en de levergrootte beoordelen. Een leverbiopsie wordt soms verricht om de mate van leveratrofie en fibrose vast te stellen.

Behandeling

Chirurgische gedeeltelijke sluiting van de shunt is de voorkeursbehandeling voor aangeboren, solitaire shunts. De meest gebruikte methoden zijn een ameroid constrictor of cellofaan banding, die de shunt geleidelijk dichtdrukken over weken, waardoor het bloed langzaam wordt omgeleid naar de lever. Directe volledige ligatie is riskant doordat de lever de plotselinge toename in bloedstroom niet altijd aankan.

Vóór de operatie wordt de hond medisch gestabiliseerd met een eiwitbeperkt leverdieet, lactulose (om ammoniak via de darmen af te voeren), antibiotica (om ammoniakproducerende darmbacteriën te verminderen) en maagbeschermers.

Medisch management alleen kan een optie zijn voor honden die geen goede chirurgische kandidaat zijn. Veel honden doen het jarenlang redelijk op dieet en medicatie, hoewel chirurgie de meest effectieve langetermijnbehandeling blijft.

Prognose en preventie

De prognose na succesvolle chirurgie is goed tot uitstekend: de meerderheid van de honden herstelt de leverfunctie grotendeels en kan een normaal leven leiden. De lever groeit vaak aan na correctie van de bloedstroom. Complicaties zoals portale hypertensie en toevallen in de postoperatieve fase komen bij een klein percentage voor.

Preventie op populatieniveau is mogelijk door aangedane honden en bewezen dragers uit de fok te halen. DNA-onderzoek en screening van fokdieren zijn bij sommige rassen beschikbaar. Eigenaren van vatbare rassen wordt aangeraden om al op jonge leeftijd een galzurentest te laten uitvoeren bij hun puppy.

Een levershunt wordt vaak gemist bij de puppy die ‘wat kleiner’ is dan de rest. Een galzurentest kan de diagnose snel bevestigen.

Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.

Meer weten?

Lees meer over leverziekte bij honden

Leverziekte Alle ziektes