Diabetes Mellitus bij honden

Suikerziekte is een van de meest voorkomende hormonale aandoeningen bij honden en vereist levenslange behandeling.

Diabetes mellitus, beter bekend als suikerziekte, is een chronische aandoening waarbij het lichaam van je hond de bloedsuikerspiegel niet meer zelf kan reguleren.

Met dagelijkse insuline-injecties, een aangepast dieet en regelmatige controle kunnen de meeste diabeteshonden een lang en gelukkig leven leiden.

· · ·

Wat is diabetes mellitus?

Diabetes mellitus is een stofwisselingsziekte waarbij de alvleesklier onvoldoende insuline produceert of het lichaam niet goed reageert op het beschikbare insuline. Insuline is het hormoon dat glucose (suiker) uit het bloed naar de cellen transporteert, waar het als brandstof wordt gebruikt. Zonder voldoende werkzaam insuline stijgt de bloedsuikerspiegel tot schadelijke niveaus.

Bij honden komt vrijwel uitsluitend type 1 diabetes voor, vergelijkbaar met type 1 bij mensen. De insulineproducerende bètacellen in de alvleesklier worden vernietigd, waardoor er een absoluut tekort aan insuline ontstaat. Dit betekent dat de hond levenslang afhankelijk is van insuline-injecties. Type 2 diabetes, waarbij het lichaam resistent wordt tegen insuline, komt bij honden zelden voor (in tegenstelling tot bij katten).

Onbehandelde diabetes leidt tot een gevaarlijke situatie: de cellen krijgen geen glucose binnen en gaan in plaats daarvan vetten afbreken als energiebron. Dit proces produceert ketonen, zure stoffen die het bloed verzuren en uiteindelijk kunnen leiden tot diabetische ketoacidose, een levensbedreigende complicatie.

Symptomen van diabetes mellitus

De symptomen van diabetes mellitus zijn doorgaans goed herkenbaar en ontwikkelen zich over enkele weken. Let op de volgende signalen:

  • Overmatig drinken: je hond drinkt opvallend meer water dan normaal, vaak twee tot drie keer zoveel.
  • Veel plassen: door het verhoogde drinkvolume produceert je hond veel meer urine, soms ook ’s nachts.
  • Toegenomen eetlust: ondanks dat er genoeg glucose in het bloed zit, krijgen de cellen geen brandstof en stuurt het lichaam hongersignalen.
  • Gewichtsverlies: je hond valt af ondanks een normale of zelfs verhoogde voedselinname, doordat de glucose niet wordt benut.
  • Verminderde energie: je hond is minder actief, slaapt meer en raakt sneller vermoeid tijdens wandelingen.
  • Troebele ogen: suikerstaar (diabetische cataract) is een veelvoorkomende complicatie die snel kan optreden.
  • Terugkerende infecties: blaasontsteking en huidinfecties komen vaker voor door de verhoogde suikerspiegel.
  • Braken en lusteloosheid: bij diabetische ketoacidose worden honden ernstig ziek met braken, uitdroging en bewustzijnsveranderingen.

De klassieke combinatie van meer drinken, meer plassen, meer eten en toch afvallen is zeer kenmerkend voor diabetes en moet altijd aanleiding zijn voor een bezoek aan de dierenarts.

Oorzaken en risicofactoren

De exacte oorzaak van diabetes mellitus bij honden is niet altijd te achterhalen, maar er zijn meerdere factoren die een rol spelen. Auto-immuunvernietiging van de bètacellen is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak. Daarnaast kan chronische pancreatitis (alvleesklierontsteking) leiden tot beschadiging van het insulineproducerende weefsel. Het gebruik van corticosteroïden en progestagenen kan diabetes uitlokken of verergeren.

Bepaalde rassen hebben een verhoogd risico. Samojeden, Australische Terriërs, Dwergschnauzers, Dwergpoedels en Bichon Frisés worden relatief vaker getroffen. Ongecastreerde teven lopen een hoger risico, omdat progesteron (het zwangerschapshormoon) de werking van insuline tegenwerkt. Daarom ontwikkelen sommige teven diabetes tijdens of kort na de loopsheid.

Overgewicht is een belangrijke risicofactor die de insulinegevoeligheid vermindert en pancreatitis kan uitlokken. Honden van middelbare leeftijd (zeven tot negen jaar) worden het vaakst gediagnosticeerd, maar diabetes kan op elke leeftijd voorkomen.

Diagnose

De diagnose van diabetes mellitus is relatief eenvoudig. Een combinatie van een verhoogde bloedglucose (hyperglycemie) en glucose in de urine (glucosurie) bij een hond met passende klachten bevestigt de diagnose. Bloedonderzoek toont daarnaast vaak verhoogde leverenzymen, verhoogde cholesterol- en triglyceridespiegels en soms tekenen van ketose.

Fructosamine, een eiwit dat de gemiddelde bloedsuikerspiegel over de afgelopen twee tot drie weken weerspiegelt, helpt om te bevestigen dat de hyperglycemie aanhoudend is en niet het gevolg van stressgerelateerde glucosestijging. Urineonderzoek wordt uitgevoerd om glucosurie en eventuele ketonurie of blaasontsteking vast te stellen. Bij vermoeden van pancreatitis of andere onderliggende aandoeningen kan echografie worden ingezet.

Behandeling

De behandeling van diabetes mellitus bij honden bestaat uit drie pijlers: insuline-injecties, een aangepast dieet en regelmatige monitoring. Insuline wordt tweemaal daags subcutaan (onder de huid) toegediend, idealiter op vaste tijden en gekoppeld aan de maaltijden. De meest gebruikte insulinesoorten zijn caninsuline (varkensinsuline) en vetsuline. De dosering wordt individueel ingesteld op basis van bloedsuikercurves.

Het dieet speelt een cruciale rol. Een vezelrijk, vetarm voer met een stabiele samenstelling helpt om de bloedsuikerspiegel gelijkmatig te houden. Twee vaste maaltijden per dag, telkens gevolgd door de insuline-injectie, bieden de beste regulatie. Tussendoortjes en wisselend voer moeten worden vermeden. Bij overgewicht wordt geleidelijk afvallen nagestreefd, aangezien dit de insulinegevoeligheid verbetert.

Regelmatige controles bij de dierenarts zijn onmisbaar. Bloedsuikercurves (metingen gedurende de dag) worden aanvankelijk elke paar weken gemaakt om de insulinedosering te optimaliseren. Fructosaminemetingen geven een overzicht over langere periodes. Thuismonitoring met een glucosemeter of continue glucosesensor wordt steeds vaker toegepast. Bij ongecastreerde teven wordt castratie sterk aanbevolen, omdat dit de hormoonschommelingen elimineert die de diabetes bemoeilijken.

Prognose en preventie

De prognose voor honden met diabetes mellitus is goed, mits de eigenaar toegewijd is aan de dagelijkse zorg. Goed ingestelde diabeteshonden kunnen een nagenoeg normale levensverwachting hebben. De eerste weken na de diagnose vergen de meeste aanpassing, maar de meeste eigenaren raken snel vertrouwd met de insuline-injecties en het aangepaste voedingsschema. Complicaties zoals suikerstaar komen frequent voor, maar zijn chirurgisch te behandelen.

Preventie richt zich op het beperken van risicofactoren. Houd je hond op een gezond gewicht, voorkom overgewicht en bied een uitgebalanceerd dieet. Laat ongecastreerde teven van rassen met een verhoogd risico tijdig castreren. Vermijd langdurig gebruik van corticosteroïden tenzij strikt noodzakelijk. Vroege signalering door regelmatige gezondheidscontroles met bloedonderzoek bij honden van middelbare leeftijd helpt om diabetes in een vroeg stadium op te sporen.

Diabetes bij je hond is geen noodlot, maar een aandoening die met toewijding en routine uitstekend te managen is. Samen met je dierenarts kun je je hond een prachtig leven geven.

Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.

Meer over stofwisselingsziektes?

Ontdek alles over hormonale en metabole aandoeningen bij honden.

Lees over ketoacidose Alle ziektes