Bartonella-infectie bij honden
Een bacteriële infectie overgedragen door vlooien en teken
Bartonella-infectie (bartonellose) is een bacteriële ziekte die bij honden wordt veroorzaakt door bacteriën van het geslacht Bartonella. Deze zoönotische infectie wordt overgedragen door vlooien, teken en andere bloedzuigende insecten en kan zowel milde als ernstige klachten veroorzaken.
De ziekte wordt ook wel ‘kattenkrabziekte’ genoemd bij mensen, maar honden kunnen eveneens geïnfecteerd raken. Omdat de symptomen vaag en wisselend zijn, wordt bartonellose bij honden vaak laat herkend.
Wat is een Bartonella-infectie?
Bartonellose bij honden wordt veroorzaakt door intracellulaire bacteriën van het geslacht Bartonella, waarvan Bartonella vinsonii subsp. berkhoffii de meest voorkomende soort bij honden is. De bacterie nestelt zich in de rode bloedcellen en de binnenbekleding van bloedvaten (endotheel), waar het een chronische, sluipende infectie kan veroorzaken.
De overdracht vindt voornamelijk plaats via vlooienfeces: wanneer een hond krabt op de plek van een vlooienbeet, worden de bacteriën via de beschadigde huid het lichaam binnengebracht. Teken worden ook verdacht als overdragers. Na besmetting kan de bacterie maanden tot jaren in het lichaam aanwezig blijven zonder duidelijke symptomen te veroorzaken.
Bartonellose is een zoönose, wat betekent dat de bacterie ook op mensen kan worden overgedragen. Dit maakt vroegtijdige herkenning en behandeling niet alleen belangrijk voor je hond, maar ook voor de gezondheid van het hele gezin.
Symptomen van Bartonella-infectie
Veel geïnfecteerde honden vertonen geen of slechts milde symptomen. Wanneer klachten wel optreden, zijn ze vaak vaag en wisselend:
- Wisselende koorts: perioden van verhoging die vanzelf weer lijken te verdwijnen
- Gezwollen lymfeklieren: voelbare verdikkingen in de hals, oksels of liezen
- Lusteloosheid: je hond is minder actief en slaapt meer
- Gewrichtspijn: stijfheid, manken of moeite met opstaan, vooral ’s ochtends
- Neusbloedingen: onverklaarde bloedingen uit de neus
- Hartproblemen: endocarditis (hartklep-ontsteking) is een ernstige complicatie
- Huidafwijkingen: chronische huidontstekingen die slecht reageren op standaardbehandeling
- Oogontstekingen: uveïtis of andere oogproblemen zonder duidelijke oorzaak
Bij honden met een verzwakt immuunsysteem kan de infectie ernstiger verlopen en zich uiten als hepatitis (leverontsteking), myocarditis (hartspieriontsteking) of meningoencefalitis (hersenvliesontsteking).
Oorzaken en risicofactoren
De primaire overdrachtsroute is via vlooien (Ctenocephalides felis), die de bacterie in hun ontlasting uitscheiden. Honden die in gebieden met een hoge vlooiendruk leven of die geen adequate vlooienbestrijding krijgen, lopen het grootste risico. Teken, met name Rhipicephalus sanguineus, worden eveneens als vector beschouwd.
Straathonden, asielhonden en honden die met veel andere dieren samenleven, zijn extra kwetsbaar. De Greyhound lijkt een hogere prevalentie te hebben, mogelijk door de leefomstandigheden op renbanen. Honden die reizen naar warmere landen rondom de Middellandse Zee lopen ook een verhoogd risico.
Honden met een onderdrukt immuunsysteem, door ziekte of medicatie, zijn gevoeliger voor een ernstig verloop. Co-infecties met andere door teken overgedragen ziekten (ehrlichiose, babesiose) komen regelmatig voor en kunnen het ziektebeeld verergeren.
Diagnose
De diagnose van bartonellose is uitdagend vanwege de wisselende en vage symptomen. Bloedkweken kunnen de bacterie aantonen, maar hebben een lage gevoeligheid omdat Bartonella moeilijk te kweken is. Een PCR-test op bloed is gevoeliger en kan de specifieke Bartonella-soort identificeren.
Serologisch onderzoek (antilichamentest) kan een eerdere blootstelling aantonen, maar een positieve titer bewijst niet noodzakelijk een actieve infectie. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit bloedonderzoek (vaak aspecifieke ontstekingswaarden), echocardiografie (bij verdenking op endocarditis) en beeldvorming van de lever en milt.
Behandeling
De behandeling bestaat uit een langdurige antibioticakuur, meestal met doxycycline, azithromycine of een combinatie van beide. De behandelduur bedraagt minimaal vier tot zes weken en kan in sommige gevallen nog langer duren. Het is cruciaal om de volledige kuur af te maken, ook als de symptomen al eerder verdwijnen.
Bij ernstige complicaties zoals endocarditis kan aanvullende hartmedicatie nodig zijn. Ondersteunende zorg omvat rust, een voedzaam dieet en behandeling van eventuele co-infecties. Gelijktijdige vlooienbestrijding bij de hond en in de omgeving is essentieel om herbesmetting te voorkomen.
Na afloop van de behandeling wordt controleonderzoek aanbevolen. Het kan moeilijk zijn om volledige eliminatie van de bacterie te bevestigen, en sommige honden kunnen na succesvolle behandeling drager blijven.
Prognose en preventie
De prognose voor ongecompliceerde bartonellose is goed bij adequate behandeling. Honden met endocarditis of andere ernstige orgaancomplicaties hebben een minder gunstige prognose, hoewel ook deze patiënten met intensieve behandeling kunnen verbeteren.
Preventie richt zich op effectieve vlooien- en tekenbestrijding. Gebruik het hele jaar door een geschikt antiparasitair middel en behandel niet alleen je hond, maar ook de leefomgeving. Regelmatige controle op vlooien en teken na wandelingen in de natuur vermindert het besmettingsrisico aanzienlijk.
Consequente vlooienbestrijding beschermt niet alleen tegen jeuk, maar ook tegen bacteriële infecties zoals bartonellose.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Wil je meer weten over vlooien en teken?
Lees hoe je je hond optimaal beschermt.