Mycoplasmose bij honden
Infecties door mycoplasma bacteriën bij honden
Mycoplasmose is een infectieziekte veroorzaakt door Mycoplasma bacteriën. Deze bijzondere bacteriën missen een celwand, waardoor ze resistent zijn tegen veel gangbare antibiotica. Bij honden kunnen ze luchtweginfecties, gewrichtsontsteking, urineweginfecties en vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken.
Lees hier over de verschillende manifestaties, herkenning en behandeling van mycoplasmose bij honden.
Wat is mycoplasmose?
Mycoplasmose is een infectie veroorzaakt door bacteriën van het geslacht Mycoplasma. Deze micro-organismen zijn uniek omdat ze geen celwand bezitten, waardoor ze de kleinste vrij levende organismen zijn. Bij honden zijn meerdere soorten relevant, waaronder Mycoplasma cynos (luchtweginfecties), Mycoplasma canis (urogenitale infecties) en Mycoplasma haemocanis (een bloedparasiet die rode bloedcellen infecteert).
Mycoplasma’s komen als commensaal voor op de slijmvliezen van de luchtwegen, het urogenitale stelsel en de ogen. Ze veroorzaken pas ziekte wanneer het immuunsysteem verzwakt is, het weefsel beschadigd raakt of wanneer de bacteriën zich verspreiden naar normaal steriele locaties zoals gewrichten of het bloed.
Het ontbreken van een celwand maakt mycoplasma’s resistent tegen antibiotica die aangrijpen op de celwand, zoals penicillines en cefalosporines. Dit heeft directe gevolgen voor de keuze van behandeling.
Symptomen van mycoplasmose
De symptomen variëren sterk afhankelijk van welke Mycoplasma soort betrokken is en welk orgaansysteem is aangetast. Luchtweginfecties zijn de meest voorkomende manifestatie.
- Hoesten: aanhoudend hoesten bij luchtweginfectie, vaak als onderdeel van kennelhoest
- Neusvloeiing: waterige tot mucopurulente afscheiding uit de neus
- Gewrichtspijn: kreupelheid en gezwollen gewrichten bij polyarthritis
- Oogontsteking: rood oog, traanvloed en conjunctivitis
- Vaginale afscheiding: bij urogenitale infectie
- Vruchtbaarheidsproblemen: miskramen of verminderde vruchtbaarheid bij teven
- Bloedarmoede: bleek tandvlees en vermoeidheid bij Mycoplasma haemocanis infectie
- Koorts: verhoogde lichaamstemperatuur bij systemische infectie
Mycoplasma infecties worden vaak over het hoofd gezien omdat ze op andere bacteriële infecties lijken. Bij klachten die niet reageren op standaard antibiotica moet mycoplasmose worden overwogen.
Oorzaken en risicofactoren
Mycoplasma’s worden overgedragen via direct contact met besmette dieren, via druppelinfectie (luchtweginfecties) of via de geslachtsdaad (urogenitale infecties). Mycoplasma haemocanis wordt overgedragen door teken. In kennelopstellingen en asiels is de kans op besmetting verhoogd door nauw contact tussen veel honden.
Honden met een verzwakt immuunsysteem lopen het grootste risico op klinische ziekte. Dit geldt voor puppy’s (onrijp immuunsysteem), honden die immuunsuppressieve medicatie gebruiken en dieren met onderliggende ziekten. Stress door transport, verblijf in een kennel of recente chirurgie kan eveneens bijdragen.
Er is geen sterke rasvoorkeur, maar de Greyhound en andere windhondrassen worden in de literatuur genoemd bij Mycoplasma haemocanis infecties. De Labrador Retriever en Golden Retriever — rassen die vaak in groepen worden gehouden (jacht, hulphonden) — lopen door hun leefomstandigheden een verhoogd risico op luchtweginfecties.
Is mycoplasmose besmettelijk voor mensen?
Mycoplasma’s die bij honden infecties veroorzaken, zijn in de meeste gevallen soort-specifiek. Mycoplasma cynos (luchtwegen) en Mycoplasma canis (urogenitaal) hebben een sterke voorkeur voor hun gastheer — overdracht naar mensen is in de literatuur zelden beschreven.
Mycoplasma canis is in uitzonderlijke gevallen aangetroffen bij mensen met een sterk verzwakt immuunsysteem, meestal in de vorm van een urineweginfectie na bijtverwondingen of intensief contact. Gezonde volwassenen en kinderen lopen geen noemenswaardig risico. Het algemene advies is pragmatisch: was je handen na contact met een zieke hond, vermijd direct slijmvlies-contact, en laat immuungecompromitteerde gezinsleden (bijvoorbeeld patiënten onder chemotherapie of orgaanontvangers) extra voorzichtig zijn rond een geïnfecteerde hond.
Mycoplasma haemocanis, de teken-overgedragen vorm die rode bloedcellen bij honden aantast, is niet overdraagbaar op mensen. Hetzelfde geldt voor de meeste veterinaire mycoplasma-soorten: ze zijn dierspecifiek. Voor wie met veel honden tegelijk werkt (kennels, opvang, dierenartspraktijk) blijft standaard hygiëne de belangrijkste bescherming.
Diagnose
De diagnose mycoplasmose vereist specifieke diagnostiek, aangezien mycoplasma’s niet groeien op standaard bacteriële kweekmedia. PCR is de meest betrouwbare en snelle methode om Mycoplasma DNA te detecteren in monsters van luchtwegen, gewrichtsvloeistof, urine of bloed. Speciale kweekmedia (Mycoplasma agar) kunnen worden gebruikt, maar de groei is langzaam (een tot twee weken).
Bij Mycoplasma haemocanis kan de bloedparasiet soms op een bloeduitstrijkje worden gezien, maar PCR is gevoeliger. Gewrichtspunctie bij polyarthritis toont een ontstekingsbeeld met verhoogde celtallen. Röntgenfoto’s van de longen kunnen afwijkingen tonen bij luchtweginfecties. Bloedonderzoek brengt de algehele gezondheidsstatus en eventuele bloedarmoede in kaart.
In de praktijk volgt de dierenarts een stapsgewijs plan. Bij verdenking op een luchtweginfectie wordt een diepe keel- of neus-wisser afgenomen, bij verdenking op urogenitale infectie een vaginale of preputiale wisser, bij polyarthritis een gewrichtspunctie en bij Mycoplasma haemocanis een EDTA-bloedmonster. De PCR-uitslag is meestal binnen enkele dagen beschikbaar en onderscheidt Mycoplasma cynos, Mycoplasma canis en Mycoplasma haemocanis op soortniveau — belangrijk voor gericht antibioticabeleid.
Omdat mycoplasma’s ook als commensaal op slijmvliezen kunnen voorkomen, interpreteert de dierenarts een positieve PCR altijd in combinatie met de klinische symptomen. Een lage bacteriële belasting bij een asymptomatische hond vraagt zelden om behandeling; een duidelijk ziek dier met passende symptomen en een positieve PCR wél.
Mycoplasmose bij pups vs volwassen honden
De klinische presentatie van mycoplasmose verschilt opvallend tussen puppy’s en volwassen honden, deels door het onderliggende immuunsysteem en deels door welke Mycoplasma-soort betrokken is.
Bij pups speelt vooral Mycoplasma cynos een rol. Samen met Bordetella bronchiseptica en parainfluenza-virus is het een belangrijke bijdrager aan het kennelhoest-complex. Puppy’s in asiels, pensions of bij fokkers met veel dieren vertonen vaak langdurig hoesten, neusvloeiing en soms koorts. Omdat hun immuunsysteem nog niet volledig rijp is, kan de infectie ernstiger verlopen en langer duren dan bij volwassen honden. Jonge dieren die de luchtweginfectie niet snel klaren, lopen bovendien risico op een secundaire bronchopneumonie.
Bij volwassen honden ligt het zwaartepunt anders. Mycoplasma canis wordt vaker aangetroffen bij urogenitale problemen — vaginale afscheiding, miskramen of verminderde vruchtbaarheid bij teven. Reuen kunnen dragers zijn zonder duidelijke klachten. Mycoplasma haemocanis treft voornamelijk volwassen honden die recent teken hebben opgelopen, vaak in combinatie met een verzwakt immuunsysteem (bijvoorbeeld na miltverwijdering of onder immuunsuppressieve medicatie).
Dit leeftijdsonderscheid is relevant voor de werkdiagnose: een hoestende pup met luchtweginfectie vraagt om andere aanvullende testen dan een volwassen teef met vaginale afscheiding of een hond met bleek tandvlees en vermoeidheid na een tekenseizoen.
Behandeling
De antibioticakeuze bij mycoplasmose verschilt van standaard bacteriële infecties vanwege het ontbreken van een celwand. Effectieve antibiotica zijn doxycycline, enrofloxacine (fluoroquinolonen) en azithromycine. Doxycycline is doorgaans de eerste keuze vanwege het gunstige werkingsspectrum en de goede verdraagbaarheid.
De behandelduur is langer dan bij gewone bacteriële infecties, doorgaans twee tot vier weken. Bij gewrichtsinfecties kan een langere kuur nodig zijn. Mycoplasma haemocanis wordt eveneens met doxycycline behandeld; bij ernstige bloedarmoede kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
Ondersteunende zorg omvat pijnstilling bij gewrichtsklachten, vloeistoftherapie bij dehydratie en oogdruppels bij conjunctivitis. Het is belangrijk om de volledige antibioticakuur af te maken, ook als de symptomen al eerder verbeteren, om herval te voorkomen.
Prognose en preventie
De prognose voor mycoplasmose is bij adequate behandeling doorgaans goed. Luchtweginfecties herstellen meestal volledig binnen twee tot drie weken. Gewrichtsinfecties hebben een goede prognose mits tijdig behandeld. Mycoplasma haemocanis kan chronisch dragerschap veroorzaken, waarbij de hond na behandeling symptoomvrij is maar de bacterie in lage aantallen behoudt.
Preventie richt zich op het beperken van besmettingsrisico’s: goede hygiëne in kennels en asiels, ventilatie van verblijfsruimten en het isoleren van zieke dieren. Tekenpreventiemiddelen beschermen tegen Mycoplasma haemocanis. Bij fokprogramma’s is het testen van ouderdieren op urogenitale mycoplasmose aan te bevelen. Een vaccin tegen Mycoplasma is bij honden niet beschikbaar.
Mycoplasmose is goed behandelbaar wanneer de juiste antibiotica worden gekozen. De sleutel is het herkennen dat standaard antibiotica bij deze bacterie niet werken.
Veelgestelde vragen over mycoplasma bij honden
Is mycoplasmose besmettelijk voor mensen?
Bij gezonde mensen is het risico zeer klein. Mycoplasma canis is in uitzonderlijke gevallen beschreven bij mensen met een sterk verzwakt immuunsysteem. Mycoplasma cynos en Mycoplasma haemocanis zijn bij honden dominant en — voor zover bekend — niet op mensen overdraagbaar. Goede handhygiëne na contact met een zieke hond volstaat in de regel.
Welke antibiotica werken tegen mycoplasma bij honden?
Doxycycline is de eerste keuze, gevolgd door fluoroquinolonen zoals enrofloxacine en macroliden zoals azithromycine. Antibiotica die aangrijpen op de celwand (penicillines, cefalosporines) zijn niet werkzaam, omdat mycoplasma’s geen celwand bezitten. De dierenarts kiest het middel op basis van de betrokken Mycoplasma-soort, het aangedane orgaansysteem en eventuele resistenties.
Hoe lang duurt de behandeling van mycoplasmose?
Ongecompliceerde luchtweginfecties vragen doorgaans 14 tot 21 dagen antibiotica. Gewrichtsinfecties en polyarthritis vragen vaak langer — 4 tot 6 weken — en soms aanvullende pijnstilling. Het afmaken van de volledige kuur is belangrijk om herval en resistentieontwikkeling te voorkomen, ook als de hond zich al na een week beter lijkt te voelen.
Hoe kan ik mycoplasma-besmetting bij mijn hond voorkomen?
Vermijd direct contact met zichtbaar zieke honden in pensions, asiels en hondenspeeltuinen. Zorg voor goede ventilatie in ruimtes waar veel honden samenkomen en isoleer een pas-aangekomen hond met klachten. Tekenpreventie beschermt tegen Mycoplasma haemocanis. Bij fokprogramma’s testen sommige dierenartsen ouderdieren op urogenitale Mycoplasma canis vóór de dekking. Een vaccin tegen mycoplasma is bij honden niet beschikbaar.
Kan mijn hond na behandeling chronisch drager blijven?
Ja, vooral bij Mycoplasma haemocanis. De hond is dan symptoomvrij, maar draagt de bacterie in lage aantallen bij zich. Onder stress, na chirurgie of bij immuunsuppressie kan de infectie terugkeren. Periodieke controle door de dierenarts is dan zinvol, zeker bij honden die eerder ernstige bloedarmoede hebben gehad.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Gerelateerde artikelen
- Mycoplasmale arthritis bij honden
- Kennelhoest bij honden
- Bronchopneumonie bij honden
- Azithromycine voor honden
- Enrofloxacine voor honden
Meer over infectieziekten bij honden
Ontdek alles over bacteriële aandoeningen bij honden.