Nierfalen bij honden
Wanneer de nieren afvalstoffen niet meer voldoende kunnen filteren
Nierfalen ontstaat wanneer de nieren niet langer in staat zijn om afvalstoffen en overtollig vocht efficiënt uit het bloed te verwijderen. Dit kan zich geleidelijk ontwikkelen over maanden of jaren (chronisch), of plotseling optreden binnen enkele dagen (acuut).
In dit artikel lees je hoe nierfalen bij honden ontstaat, welke symptomen je kunt herkennen en wat de dierenarts kan doen om je hond zo goed mogelijk te helpen.
Wat is nierfalen?
De nieren vervullen een essentiële rol in het lichaam van je hond. Ze filteren afvalstoffen uit het bloed, reguleren de vochtbalans, houden mineralen op peil en produceren hormonen die onder meer de bloeddruk en de aanmaak van rode bloedcellen beïnvloeden. Wanneer de nieren hun werk niet meer goed kunnen doen, stapelen afvalstoffen zoals ureum en creatinine zich op in het bloed. Dit noemen we nierfalen of nierinsufficiëntie.
Er bestaan twee vormen. Acuut nierfalen ontstaat plotseling, bijvoorbeeld door een vergiftiging, infectie of verminderde bloedtoevoer naar de nieren. Bij tijdige behandeling is herstel soms mogelijk. Chronisch nierfalen ontwikkelt zich geleidelijk en is niet meer omkeerbaar; het nierweefsel raakt langzaam maar blijvend beschadigd. Chronisch nierfalen wordt internationaal ingedeeld in vier stadia volgens het IRIS-systeem (International Renal Interest Society), waarbij stadium 1 een milde afwijking betreft en stadium 4 ernstig nierfalen met levensbedreigende complicaties.
Chronisch nierfalen is een van de meest voorkomende aandoeningen bij oudere honden. Naar schatting ontwikkelt één op de tien honden boven de tien jaar een vorm van nierinsufficiëntie.
Symptomen van nierfalen
In de vroege stadia van chronisch nierfalen zijn de symptomen vaak subtiel, waardoor de aandoening pas laat wordt opgemerkt. Naarmate de nierfunctie verder afneemt, worden de klachten duidelijker. Let op de volgende verschijnselen.
- Verhoogde dorst (polydipsie): je hond drinkt opvallend meer dan normaal, omdat de nieren het vocht niet meer goed kunnen vasthouden
- Veelvuldig plassen (polyurie): de nieren produceren meer verdunde urine om afvalstoffen kwijt te raken
- Verminderde eetlust: de ophoping van afvalstoffen in het bloed veroorzaakt misselijkheid, waardoor je hond minder wil eten
- Gewichtsverlies: door verminderde voedselinname en verlies van spiermassa verliest je hond geleidelijk gewicht
- Braken: uremie (een teveel aan ureum in het bloed) veroorzaakt maag-darmklachten en braken
- Slechte adem (uremische adem): een typische ammoniakachtige geur vanuit de bek door ophoping van afvalstoffen
- Lethargie en zwakte: je hond is minder actief en vermoeit sneller
- Bloedarmoede: de nieren produceren minder erytropoëtine, waardoor de aanmaak van rode bloedcellen afneemt
- Mondzweren: in gevorderde stadia kunnen er zweertjes op het tandvlees en de tong ontstaan
Bij acuut nierfalen treden klachten plotseling en heftiger op, vaak met volledige eetweigering, ernstig braken en soms een sterk verminderde of juist geen urineproductie. Neem bij een vermoeden van nierfalen altijd direct contact op met je dierenarts.
Oorzaken en risicofactoren
De oorzaken van nierfalen verschillen sterk per vorm. Acuut nierfalen kan worden veroorzaakt door vergiftiging (denk aan antivries, druiven, rozijnen of bepaalde medicijnen zoals ibuprofen), ernstige infecties, een blokkade in de urinewegen of een plotselinge daling van de bloeddruk, bijvoorbeeld tijdens een operatie.
Chronisch nierfalen kent vaak een sluipender verloop. Mogelijke oorzaken zijn langdurige ontstekingen van het nierweefsel (glomerulonefritis of interstitiële nefritis), aangeboren nierafwijkingen, nierstenen, chronische urineweginfecties en langdurig gebruik van bepaalde medicijnen. In veel gevallen is de exacte oorzaak niet meer te achterhalen wanneer de diagnose wordt gesteld, omdat het nierweefsel al te ver beschadigd is.
Leeftijd is de belangrijkste risicofactor: hoe ouder de hond, hoe groter de kans op chronisch nierfalen. Daarnaast speelt genetische aanleg een rol bij bepaalde rassen.
Deze aandoening kan bij alle rassen voorkomen. Rassen zoals de Bull Terrier, de Cavalier King Charles Spaniel en de Cocker Spaniel worden in de veterinaire literatuur regelmatig in verband gebracht met erfelijke vormen van nieraandoeningen.
Vroege opsporing is bij nierfalen van levensbelang. Met een eenvoudig bloedonderzoek kan je dierenarts beginnend nierfalen opmerken, nog voordat je hond klachten laat zien.
Diagnose
De dierenarts zal beginnen met een uitgebreide anamnese en een lichamelijk onderzoek. Vertel zo nauwkeurig mogelijk wanneer je veranderingen hebt opgemerkt in het drink- en plasgedrag, de eetlust en het energieniveau van je hond.
De diagnose wordt gesteld op basis van bloedonderzoek en urineonderzoek. In het bloed worden de waarden van creatinine, ureum (BUN) en SDMA gemeten; verhoogde waarden wijzen op een verminderde nierfunctie. SDMA is een relatief nieuwe marker die nierproblemen eerder kan opsporen dan creatinine alleen. Het urineonderzoek beoordeelt onder meer het soortelijk gewicht (hoe geconcentreerd de urine is) en de aanwezigheid van eiwit, wat kan duiden op schade aan de nierfilters.
Aanvullend kan de dierenarts een bloeddrukmeting uitvoeren, omdat hoge bloeddruk zowel een oorzaak als een gevolg van nierfalen kan zijn. Een echografie van de nieren helpt om de grootte, structuur en eventuele afwijkingen in beeld te brengen. Op basis van alle bevindingen wordt het nierfalen ingedeeld volgens de IRIS-stadia, wat helpt bij het bepalen van de juiste behandeling.
Behandeling
De behandeling hangt af van de vorm en het stadium van nierfalen. Bij acuut nierfalen is intensieve zorg nodig, vaak met intraveneuze infuustherapie om de nieren door te spoelen en de oorzaak (zoals vergiftiging of infectie) gericht te behandelen. Bij tijdig ingrijpen kan de nierfunctie zich soms gedeeltelijk of volledig herstellen.
Bij chronisch nierfalen is genezing niet mogelijk, maar met de juiste aanpak kan de progressie worden vertraagd en de kwaliteit van leven behouden blijven. De belangrijkste pijlers van de behandeling zijn een speciaal nierdieet met verlaagd fosfor- en eiwitgehalte, fosfaatbinders om de fosforwaarden in het bloed te verlagen, en voldoende vochtinname. Sommige honden hebben baat bij subcutane vochttoediening thuis.
Aanvullende medicatie kan bestaan uit bloeddrukverlagende middelen (zoals ACE-remmers), anti-braakmiddelen bij misselijkheid, en in gevorderde stadia erytropoëtine-injecties bij ernstige bloedarmoede. Regelmatige controles bij de dierenarts zijn essentieel om de behandeling bij te sturen op basis van de bloedwaarden.
Prognose en preventie
De prognose van acuut nierfalen hangt sterk af van de oorzaak en de snelheid waarmee de behandeling wordt gestart. Bij tijdig ingrijpen is volledig herstel soms mogelijk. De prognose van chronisch nierfalen is afhankelijk van het stadium bij diagnose. Honden in IRIS-stadium 1 of 2 kunnen met goede begeleiding nog jarenlang een comfortabel leven leiden. In stadium 3 en 4 is de prognose voorzichtiger, al kan de juiste behandeling het verloop aanzienlijk vertragen en het welzijn verbeteren.
Preventie begint bij het voorkomen van bekende risicofactoren. Houd giftige stoffen zoals antivries, druiven en rozijnen altijd buiten bereik van je hond en geef nooit zelfstandig menselijke pijnstillers. Zorg voor schoon drinkwater en een uitgebalanceerd dieet. Bij honden ouder dan zeven jaar is het verstandig om jaarlijks een bloedonderzoek te laten doen, zodat nierproblemen in een vroeg stadium worden opgespoord. Hoe eerder nierfalen wordt ontdekt, hoe meer je dierenarts kan doen om de nierfunctie te beschermen.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over nieren en urinewegen
Lees ook over verwante aandoeningen van de nieren en urinewegen.