Lymfoom bij honden
De meest voorkomende kankersoort bij honden
Lymfoom (lymfosarcoom) is een kwaadaardige kanker van het lymfatische systeem en een van de meest voorkomende kankersoorten bij honden. De ziekte tast de lymfocyten (witte bloedcellen) aan en kan zich in lymfeklieren, organen en beenmerg manifesteren.
Ondanks de ernst van de diagnose zijn er effectieve behandelingen beschikbaar die de overlevingstijd aanzienlijk kunnen verlengen. In dit artikel lees je alles over de vormen, diagnose en behandeling van lymfoom bij honden.
Wat is lymfoom?
Lymfoom is een kanker die uitgaat van lymfocyten, een type witte bloedcel dat een sleutelrol speelt in het immuunsysteem. De kwaadaardige lymfocyten vermenigvuldigen zich ongecontroleerd en hopen zich op in lymfeklieren, organen of het beenmerg. Er worden verschillende vormen onderscheiden op basis van de locatie.
Multicentrisch lymfoom, waarbij meerdere lymfeklieren tegelijkertijd vergroten, is de meest voorkomende vorm en omvat ongeveer tachtig procent van alle gevallen. Andere vormen zijn mediastinaal lymfoom (in de borstholte), gastro-intestinaal lymfoom (in het maag-darmkanaal) en extranoddaal lymfoom (in huid, ogen, zenuwstelsel of andere organen).
Op celniveau wordt onderscheid gemaakt tussen B-cel lymfoom en T-cel lymfoom. B-cel lymfoom komt het vaakst voor en reageert doorgaans beter op chemotherapie dan T-cel lymfoom, wat invloed heeft op de prognose.
Symptomen van lymfoom
De symptomen hangen af van het type lymfoom. Bij de meest voorkomende multicentrische vorm vallen de vergrote lymfeklieren als eerste op.
- Vergrote lymfeklieren: pijnloze, stevige zwellingen onder de kaak, in de hals, oksels, liezen of knieholten.
- Lethargie: verminderde energie en interesse in dagelijkse activiteiten.
- Gewichtsverlies: geleidelijk verlies van lichaamsgewicht over weken.
- Verminderde eetlust: de hond eet minder of weigert voedsel.
- Overmatig drinken en plassen: door hypercalciëmie, die bij een deel van de lymfoompatiënten optreedt.
- Braken en diarree: vooral bij de gastro-intestinale vorm van lymfoom.
- Benauwdheid: bij mediastinaal lymfoom door een massa in de borstholte.
- Huidlaesies: bij cutaan lymfoom kunnen knobbels, roodheid of zweren op de huid ontstaan.
Bij multicentrisch lymfoom zijn de honden in het beginstadium vaak nog opmerkelijk fit, ondanks de duidelijk vergrote lymfeklieren. Dit maakt de diagnose soms verrassend.
Oorzaken en risicofactoren
De exacte oorzaak van lymfoom bij honden is niet volledig opgehelderd. Genetische factoren spelen een belangrijke rol. Rassen met een verhoogd risico zijn onder meer de Golden Retriever, Boxer, Berner Sennenhond, Rottweiler en de Bullmastiff.
Omgevingsfactoren, zoals blootstelling aan herbiciden (met name 2,4-D), worden in sommige studies geassocieerd met een verhoogd risico, hoewel dit verband niet onomstotelijk is bewezen. Immunosuppressie en chronische immuunstimulatie kunnen eveneens bijdragen aan het ontstaan van lymfoom.
Lymfoom komt het meest voor bij middelbare tot oudere honden, doorgaans tussen zes en negen jaar. Er is geen duidelijk geslachtsverschil. De ziekte kan echter op elke leeftijd optreden.
Diagnose
De diagnose wordt doorgaans snel gesteld via een dunne naaldaspiratie (FNA) van een vergrote lymfeklier. Het cytologische beeld toont een uniforme populatie van grote, onrijpe lymfocyten. Flowcytometrie bepaalt of het om B-cel of T-cel lymfoom gaat, wat cruciaal is voor de prognose en behandelkeuze.
Stadiëring van de ziekte omvat bloedonderzoek (inclusief calciumspiegel), urineonderzoek, echografie van de buik en röntgenfoto’s van de borstkas. Beenmergaspiratie kan nodig zijn om beenmerginfiltratie te beoordelen. Het WHO-stadieringssysteem wordt gebruikt om de uitgebreidheid van de ziekte te classificeren van stadium I (één lymfeklier) tot stadium V (beenmerg- of bloedbetrokkenheid).
Behandeling
Chemotherapie is de standaardbehandeling voor lymfoom bij honden. Het meest gebruikte protocol is het CHOP-protocol, een combinatie van cyclofosfamide, doxorubicine (hydroxydaunorubicine), vincristine (Oncovin) en prednisolon. Dit protocol wordt doorgaans in wekelijkse sessies toegediend gedurende ongeveer zes maanden.
De meeste honden verdragen chemotherapie opmerkelijk goed, met aanzienlijk minder bijwerkingen dan bij mensen. Milde bijwerkingen zoals tijdelijke verminderde eetlust, milde diarree of geringe lethargie komen voor, maar ernstige bijwerkingen zijn relatief zeldzaam. De remissiepercentages bij B-cel lymfoom liggen rond de tachtig tot negentig procent.
Voor eigenaren die geen intensieve chemotherapie wensen, zijn er ook minder intensieve opties, zoals behandeling met alleen prednisolon of een eenvoudiger chemotherapieprotocol. Bestraling kan worden ingezet bij gelokaliseerde vormen. Bij elk behandelplan weegt de dierenarts de verwachte levensduurverlenging, kwaliteit van leven en wensen van de eigenaar zorgvuldig af.
Prognose en preventie
Met het CHOP-protocol bereiken de meeste honden met B-cel lymfoom een remissie van gemiddeld twaalf tot veertien maanden. Ongeveer twintig tot vijfentwintig procent van de honden leeft langer dan twee jaar. T-cel lymfoom heeft doorgaans een minder gunstige prognose, met een gemiddelde remissieduur van zes tot negen maanden. Zonder behandeling bedraagt de gemiddelde overlevingstijd vier tot zes weken.
Preventie van lymfoom is niet mogelijk vanwege de grotendeels onbekende oorzaak. Verantwoord fokbeleid bij vatbare rassen en het vermijden van onnodige blootstelling aan chemische middelen in de tuin kunnen het risico mogelijk verlagen. Regelmatige gezondheidscontroles bij de dierenarts helpen bij het vroegtijdig opmerken van vergrote lymfeklieren, wat de kans op een succesvolle behandeling vergroot.
Lymfoom is een ernstige diagnose, maar met chemotherapie kunnen de meeste honden nog een aanzienlijke tijd van goede kwaliteit genieten.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over kanker bij honden?
Ontdek alles over tumoren en kanker