Juveniele polyarteritis bij honden

Hevige nekpijn en koorts bij jonge honden

Juveniele polyarteritis (SRMA) is een immuungemedieerde ontstekingsziekte van de bloedvaten en hersenvliezen die voornamelijk jonge honden treft. De aandoening veroorzaakt plotselinge, hevige nekpijn en hoge koorts.

Lees hier alles over de oorzaken, symptomen en behandeling van SRMA bij honden.

· · ·

Wat is juveniele polyarteritis?

Juveniele polyarteritis, ook wel beagle pain syndrome of sterilemeningitis-arteritis (SRMA) genoemd, is een immuungemedieerde ontstekingsziekte van de bloedvaten en hersenvliezen. De aandoening treft voornamelijk jonge honden tussen de zes en achttien maanden oud en veroorzaakt hevige nekpijn en koorts.

Bij SRMA reageert het immuunsysteem overmatig en veroorzaakt ontsteking in de wanden van kleine bloedvaten (arteritis) en de hersenvliezen (meningitis). De exacte trigger is onbekend, maar een genetische component wordt sterk vermoed.

Met de juiste behandeling is de prognose gunstig, maar zonder therapie kan de ziekte chronisch worden en permanente neurologische schade veroorzaken.

Symptomen van juveniele polyarteritis

De symptomen verschijnen vaak plotseling bij een verder gezonde jonge hond. Het klinisch beeld is vrij karakteristiek:

  • Ernstige nekpijn: de hond houdt zijn nek stijf, weigert omhoog of omlaag te kijken en huilt bij aanraking
  • Hoge koorts: temperaturen tot 41°C of hoger die niet reageren op standaard koortsverlagende middelen
  • Terughoudendheid bij bewegen: de hond wil niet lopen, spelen of traplopen door de pijn
  • Gespannen houding: een stijf, op eieren lopend gangpatroon met een lage kop
  • Verminderde eetlust: voedselweigering door koorts en pijn
  • Lethargie: de normaal speelse puppy wordt plotseling apathisch en stil
  • Gekromde rug: een opgetrokken rugpositie als reactie op de nekpijn
  • Episodisch verloop: perioden van heftige klachten afgewisseld met schijnbare verbetering

Een jonge hond met plotselinge, hevige nekpijn en hoge koorts moet zo snel mogelijk worden onderzocht. De combinatie van deze twee symptomen is zeer verdacht voor SRMA.

Oorzaken en risicofactoren

De exacte oorzaak van SRMA is onbekend, maar het wordt beschouwd als een immuungemedieerde aandoening. Het immuunsysteem produceert overmatig IgA-antilichamen die ontsteking in de bloedvatwanden en hersenvliezen veroorzaken. Er is geen infectieuze verwekker geïdentificeerd.

De Beagle is het meest bekende ras voor deze aandoening (vandaar de naam beagle pain syndrome), maar ook de Berner Sennenhond, Boxer, Nova Scotia Duck Tolling Retriever en Weimaraner worden vaker getroffen.

De ziekte manifesteert zich typisch op jonge leeftijd (6 tot 18 maanden), wat wijst op een genetische gevoeligheid die pas tot uiting komt wanneer het immuunsysteem zich volledig ontwikkelt.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld met liquoronderzoek (punctie van het ruggenmergvocht). Bij SRMA bevat de liquor een sterk verhoogd aantal neutrofiele granulocyten en een verhoogd IgA-gehalte, zonder aanwijzingen voor een infectieuze oorzaak. Bloedonderzoek toont vaak een verhoogd IgA in het serum, leukocytose en verhoogde ontstekingsmarkers (CRP).

MRI van de hersenen en het ruggenmerg kan verdikkingen van de hersenvliezen zichtbaar maken. De belangrijkste differentiaaldiagnoses zijn bacteriële meningitis, hernia en granulomateuze meningoencefalitis (GME), die met het liquoronderzoek en beeldvorming van elkaar worden onderscheiden.

Behandeling

SRMA wordt behandeld met langdurige immunosuppressieve therapie. Hoge doses prednison in de eerste fase brengen de ontsteking snel onder controle; de meeste honden tonen binnen 24 tot 48 uur dramatische verbetering. De dosis wordt vervolgens geleidelijk verlaagd over een periode van minimaal zes maanden.

Te snel afbouwen is de belangrijkste oorzaak van terugval. CRP-waarden in het bloed worden gebruikt als marker om het juiste moment voor dosisverlagingen te bepalen. Bij sommige honden wordt een aanvullend immunosuppressivum (azathioprine of ciclosporine) ingezet.

Gedurende de acute fase bieden pijnstillers (gabapentine, tramadol) verlichting. Kooirust en een rustige omgeving helpen de hond door de pijnlijkste periode. De meeste honden kunnen de medicatie na zes tot twaalf maanden volledig afbouwen.

Prognose en preventie

De prognose is bij tijdige en correcte behandeling goed tot uitstekend. De meeste honden herstellen volledig en hebben na afronding van de therapie geen terugkerende klachten. Terugval komt voor bij circa 20 procent van de honden, meestal door te snelle afbouw van de medicatie.

De chronische vorm, die ontstaat door onbehandelde of inadequaat behandelde SRMA, heeft een minder gunstige prognose doordat fibrose en permanente vaatschade kunnen optreden. Preventie is niet mogelijk, maar vroege herkenning en een voldoende lang behandelschema zijn de sleutel tot een succesvol resultaat.

Een jonge hond met plotselinge nekpijn en hoge koorts verdient onmiddellijke veterinaire aandacht. Met de juiste therapie is volledig herstel de regel.

Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.

Meer weten?

Lees meer over de Beagle

Beagle Alle ziektes