Intervertebrale schijfziekten bij honden
Hernia’s van de wervelkolom bij honden
Intervertebrale schijfziekten (IVDD) zijn aandoeningen waarbij tussenwervelschijven degenereren of uitpuilen en het ruggenmerg beknellen. De gevolgen variëren van rugpijn tot volledige verlamming.
Dit artikel behandelt de twee typen hernia, de symptomen per ernst, welke rassen extra kwetsbaar zijn en wanneer chirurgie noodzakelijk is.
Wat zijn intervertebrale schijfziekten?
Intervertebrale schijfziekten (IVDD, Intervertebral Disc Disease) zijn aandoeningen van de tussenwervelschijven die het ruggenmerg of de zenuwwortels beknellen. De tussenwervelschijven functioneren als schokdempers tussen de wervels; wanneer ze degenereren of uitpuilen, ontstaat pijn, zenuwuitval of verlamming.
Er bestaan twee typen IVDD. Bij type I (Hansen type I) barst de binnenste kern van de schijf plotseling door de buitenste ring en drukt op het ruggenmerg. Bij type II (Hansen type II) puilt de schijf geleidelijk uit en veroorzaakt langzaam toenemende druk. Type I treedt vaak acuut op bij jonge tot middelbare honden, terwijl type II langzamer verloopt bij oudere honden.
Symptomen van intervertebrale schijfziekten
De symptomen variëren van milde rugpijn tot volledige verlamming, afhankelijk van de locatie en de ernst van de zenuwbeknelling. Herken de volgende signalen:
- Rugpijn: gespannen houding, krommen van de rug, kreunen bij optillen of aanraking
- Weigering om te bewegen: de hond wil niet springen, traplopen of spelen
- Stijve gang: gespannen, houterige manier van lopen met korte pasjes
- Zwakte in de achterpoten: wankelen, knikkende poten of struikelen
- Verlamming: onvermogen om de achter- of voorpoten te bewegen bij ernstige beknelling
- Verlies van blaas- en darmcontrole: incontinentie als teken van ernstige zenuwschade
- Nekpijn: bij cervicale hernia’s houdt de hond zijn kop laag en huilt bij nekbewegingen
- Verlies van dieptepijn: de hond voelt geen pijn meer bij het knijpen in de teen, een alarmerend teken
Verlies van dieptepijn is het meest ernstige symptoom en wijst op een spoedgeval. De kans op herstel neemt snel af als de chirurgische behandeling niet binnen 24 tot 48 uur plaatsvindt.
Oorzaken en risicofactoren
Type I IVDD komt het vaakst voor bij chondrodystrofe rassen, waarbij de tussenwervelschijven vervroegd degenereren door verkalking van de kern. De Teckel is veruit het meest getroffen ras en heeft tot 25 procent kans op een hernia gedurende zijn leven. Ook de Basset Hound, Beagle, Shih Tzu en Cocker Spaniël zijn kwetsbaar.
Type II IVDD treft vaker grote rassen op oudere leeftijd, zoals de Duitse Herder en de Labrador Retriever. De schijf puilt geleidelijk uit door chronische slijtage.
Overgewicht, overmatig springen, trauma en genetische aanleg zijn de belangrijkste risicofactoren. Bij teckels wordt fokkerijkeuze steeds meer beschouwd als een preventieve maatregel.
Diagnose
Na een neurologisch onderzoek om de locatie en ernst van de beknelling vast te stellen, is beeldvorming noodzakelijk. Een MRI-scan is de gouden standaard en toont de exacte locatie en omvang van de schijfuitpuiling, de mate van ruggenmergcompressie en eventuele schade aan het merg zelf.
CT-scan en myelografie (contrastonderzoek van het ruggenmergkanaal) zijn alternatieven wanneer MRI niet beschikbaar is. Röntgenfoto’s kunnen vernauwde tussenwervelschijfruimten en verkalkingen tonen, maar geven onvoldoende informatie over het ruggenmerg. De neurologische gradering (graad 1 tot 5) bepaalt de urgentie en de behandelstrategie.
Behandeling
Milde gevallen (graad 1 en 2, alleen pijn of lichte zwakte) worden vaak conservatief behandeld met strikte kooirust van vier tot zes weken, pijnstilling en ontstekingsremmers. De hond mag gedurende deze periode alleen aangelijnd naar buiten voor korte plasrondjes.
Bij matige tot ernstige gevallen (graad 3 tot 5, duidelijke zwakte tot verlamming) is chirurgie aangewezen. De chirurg verwijdert het uitpuilende schijfmateriaal om het ruggenmerg te ontlasten (hemilaminectomie of ventrale slot). Hoe sneller na het ontstaan van de verlamming wordt geopereerd, hoe beter de prognose.
Revalidatie na de operatie is essentieel. Fysiotherapie, hydrotherapie en gecontroleerde oefeningen bevorderen het zenuwherstellend vermogen en helpen de hond weer op de been. Het revalidatietraject duurt meestal zes tot twaalf weken.
Prognose en preventie
Bij conservatief behandelde milde gevallen herstelt ongeveer 80 procent van de honden volledig, hoewel terugval mogelijk is. Na chirurgie bij graad 3 en 4 is het succespercentage vergelijkbaar. Bij graad 5 (verlies van dieptepijn) daalt de kans op herstel tot 50 tot 60 procent als de operatie binnen 24 uur plaatsvindt.
Preventie bij vatbare rassen omvat het voorkomen van springen (gebruik hellingbanen in plaats van trappen), gewichtsbeheersing en het gebruik van een tuigje in plaats van een halsband. Voor teckels zijn er specifieke richtlijnen beschikbaar voor verantwoord fokken op ruggezonheid. Overleg met je dierenarts over preventieve maatregelen als je een chondrodystrofe ras hebt.
Bij verlamming van de achterpoten telt elke minuut. Hoe sneller de druk op het ruggenmerg wordt opgeheven, hoe groter de kans op herstel.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer weten?
Lees meer over de Teckel