Hartfalen bij honden

Wanneer het hart niet meer kan voldoen aan de behoeften van het lichaam.

Hartfalen is een van de meest voorkomende doodsoorzaken bij oudere honden. Bij hartfalen pompt het hart onvoldoende bloed rond, wat leidt tot vochtophoping, benauwdheid en verminderde inspanningstolerantie. Tijdige behandeling kan de levenskwaliteit aanzienlijk verbeteren.

Lees hier alles over de oorzaken, symptomen en behandeling van hartfalen bij honden.

· · ·

Wat is hartfalen?

Hartfalen is een toestand waarbij het hart niet meer in staat is om voldoende bloed rond te pompen om aan de behoeften van het lichaam te voldoen. Het is geen op zichzelf staande ziekte, maar het eindresultaat van diverse onderliggende hartaandoeningen. Wanneer het hart faalt, stapelen vocht en afvalstoffen zich op in het lichaam, wat leidt tot een cascade van klachten.

Er worden twee hoofdvormen onderscheiden: linkszijdig hartfalen, waarbij vocht zich ophoopt in de longen (longoedeem), en rechtszijdig hartfalen, waarbij vocht zich verzamelt in de buikholte (ascites) en onder de huid. Veel honden ontwikkelen uiteindelijk dubbelzijdig hartfalen. Hartfalen is een progressieve aandoening die niet te genezen is, maar met de juiste behandeling kunnen de symptomen worden beheerst en de levenskwaliteit worden verbeterd.

Hartfalen wordt ingedeeld volgens het ACVIM-classificatiesysteem in stadia A tot en met D, waarbij stadium A verwijst naar risicohonden zonder afwijkingen en stadium D naar honden met refractair (niet meer op therapie reagerend) hartfalen.

Symptomen van hartfalen

De symptomen van hartfalen ontwikkelen zich meestal geleidelijk, maar kunnen ook plotseling verergeren. De verschijnselen hangen af van de zijde van het hart die het meest is aangedaan.

  • Hoesten: een hardnekkige, droge hoest die verergert bij inspanning of ’s nachts, veroorzaakt door longoedeem of druk op de luchtwegen.
  • Benauwdheid: versnelde of moeizame ademhaling, zelfs in rust, door vochtophoping in de longen.
  • Verminderde inspanningstolerantie: de hond wordt sneller moe en stopt eerder met wandelen of spelen.
  • Flauwvallen: plotseling bewustzijnsverlies door onvoldoende bloedvoorziening naar de hersenen.
  • Opgezette buik: vochtophoping in de buikholte (ascites) bij rechtszijdig hartfalen.
  • Gewichtsverlies: verlies van spiermassa ondanks vochtretentie, ook wel cardiale cachexie genoemd.
  • Bleke of blauwige slijmvliezen: het tandvlees is bleek of blauwachtig door onvoldoende zuurstoftransport.
  • Rusteloosheid ’s nachts: de hond kan niet comfortabel liggen en wisselt vaak van positie door de benauwdheid.

Bij plotselinge verergering van de ademhaling of een hond die niet meer wil liggen, is er mogelijk sprake van een acute decompensatie. Dit is een spoedgeval.

Oorzaken en risicofactoren

De meest voorkomende oorzaak van hartfalen bij kleine honden is myxomateuze mitralisklep degeneratie (MMVD), waarbij de hartklep tussen de linkerboezem en linkerkamer lekt. Bij grote honden is gedilateerde cardiomyopathie (DCM), waarbij de hartspier verzwakt en verwijdt, de belangrijkste oorzaak.

Rassen met een verhoogd risico op MMVD zijn de Cavalier King Charles Spaniel, Chihuahua, Maltezer en Teckel. DCM komt vaker voor bij de Dobermann, Duitse Dog, Ierse Wolfshond en Boxer.

Andere oorzaken zijn aangeboren hartafwijkingen, hartworminfectie, pericardiale aandoeningen en hartritmestoornissen. Oudere honden lopen een hoger risico, omdat hartklep- en hartspierdegeneratie progressief zijn en toenemen met de leeftijd.

Diagnose

De dierenarts stelt hartfalen vast op basis van een combinatie van lichamelijk onderzoek, beeldvorming en laboratoriumdiagnostiek. Bij auscultatie (beluisteren met de stethoscoop) kan een hartgeruis, een galopritme of abnormale longeluiden hoorbaar zijn. Röntgenfoto’s van de borstkas tonen hartvergroting en eventueel longoedeem of pleuravocht.

Echocardiografie is het belangrijkste diagnostische instrument en geeft gedetailleerde informatie over de hartstructuur, klepfunctie en pompkracht. Bloedonderzoek, waaronder de biomarkers NT-proBNP en cardiale troponine, ondersteunt de diagnose. Een ECG wordt uitgevoerd om hartritmestoornissen vast te stellen. De combinatie van deze onderzoeken bepaalt het stadium van hartfalen en het behandelplan.

Behandeling

De behandeling van hartfalen is gericht op het verminderen van symptomen, het vertragen van de ziekteprogressie en het verbeteren van de levenskwaliteit. De standaardmedicatie omvat diuretica (furosemide) om overtollig vocht af te voeren, pimobendan om de pompkracht te verbeteren en de bloedvaten te verwijden, en ACE-remmers (zoals benazepril of enalapril) om de belasting op het hart te verminderen.

Bij ernstig hartfalen kan de dierenarts aanvullende medicatie voorschrijven, zoals spironolacton, anti-aritmica of antitrombotica om bloedstolsels te voorkomen. Een natriumarm dieet wordt aanbevolen om vochtretentie te beperken. De mate van lichamelijke activiteit wordt aangepast aan de draagkracht van het hart: lichte, rustige wandelingen zijn meestal mogelijk, maar zware inspanning moet worden vermeden.

Regelmatige controles zijn essentieel om de medicatie bij te stellen en het verloop van de ziekte te monitoren. De dierenarts past de doseringen aan op basis van klinische verschijnselen, bloedwaarden en beeldvorming. Eigenaren leren om de ademhalingsfrequentie thuis te tellen als vroege indicator van verslechtering.

Prognose en preventie

De prognose van hartfalen is afhankelijk van de onderliggende oorzaak, het stadium bij diagnose en de respons op behandeling. Bij MMVD kunnen goed behandelde honden na het optreden van hartfalen nog een tot twee jaar een goede levenskwaliteit behouden. Bij DCM is de prognose vaak minder gunstig, met een mediane overlevingstijd van enkele maanden tot een jaar. Stadium D (refractair hartfalen) heeft de slechtste prognose.

Preventie richt zich op vroege detectie bij risicorassen door middel van jaarlijkse hartcontroles, inclusief echocardiografie. Fokprogramma’s die selecteren op hartgezondheid dragen bij aan het terugdringen van erfelijke hartaandoeningen. Het op gewicht houden van je hond, zorgen voor voldoende (maar niet overmatige) beweging en het voorkomen van hartworminfectie door preventieve behandeling ondersteunen de hartgezondheid op lange termijn.

Hartfalen is niet te genezen, maar met de juiste medicatie en zorg kunnen veel honden nog maanden tot jaren een goed leven leiden.

Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.

Meer weten over hartaandoeningen?

Ontdek welke hartziektes bij honden voorkomen.

Bekijk alle ziektes Alle ziektes