Haaruitval bij honden

Van seizoensgebonden verharing tot onderliggende gezondheidsproblemen

Haaruitval (alopecia) bij honden kan variëren van normaal seizoensgebonden verharen tot een teken van een onderliggende ziekte. Wanneer je hond kale plekken ontwikkelt of ongewoon veel haar verliest, is het belangrijk om de oorzaak te achterhalen.

In dit artikel lees je welke vormen van haaruitval voorkomen bij honden, wanneer je je zorgen moet maken en welke behandelopties beschikbaar zijn.

· · ·

Wat is haaruitval bij honden?

Haaruitval, medisch alopecia genoemd, is het gedeeltelijke of volledige verlies van haar op plekken waar normaal gesproken vacht groeit. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen normaal verharen en pathologische haaruitval. Alle honden verharen in zekere mate, vooral tijdens de seizoenswisselingen in het voor- en najaar. Bij pathologische haaruitval ontstaan echter kale plekken, is het haarverlies asymmetrisch of gaat het gepaard met huidafwijkingen.

De huid en vacht van je hond vormen samen het grootste orgaan van het lichaam en weerspiegelen de algehele gezondheid. Problemen elders in het lichaam, van hormonale stoornissen tot voedingstekorten, kunnen zich uiten als haaruitval. Juist daarom is het belangrijk om alopecia niet af te doen als een cosmetisch probleem, maar de onderliggende oorzaak te laten onderzoeken.

Symptomen van haaruitval

De manier waarop haaruitval zich presenteert, geeft vaak al een aanwijzing voor de oorzaak. Let op het patroon, de locatie en eventuele begeleidende symptomen.

  • Kale plekken (alopecia areata): scherp begrensde gebieden zonder haar, soms rond als een munt, soms onregelmatig van vorm
  • Symmetrische haaruitval: gelijke kale plekken aan beide zijden van het lichaam, wat vaak wijst op een hormonale oorzaak
  • Dunner wordende vacht: de vacht verliest geleidelijk zijn dichtheid zonder dat er duidelijke kale plekken ontstaan
  • Jeuk en krabben: wanneer de haaruitval gepaard gaat met hevig krabben, bijten of likken, ligt een allergische of parasitaire oorzaak voor de hand
  • Rode, geïrriteerde huid: ontsteking en roodheid rond de kale plekken wijst op een actief huidprobleem
  • Schilfers en korsten: droge, schilferige huid of korstvorming kan duiden op een huidinfectie of parasitaire aandoening
  • Donkere verkleuring van de huid: hyperpigmentatie (zwart worden van de huid) treedt vaak op bij chronische hormonale haaruitval
  • Veranderde haartextuur: het haar kan droog, broos of krullend worden bij hormonale stoornissen

Verliest je hond plaatselijk haar of ontwikkelt hij kale plekken die niet vanzelf herstellen? Maak dan een afspraak bij de dierenarts. Hoe eerder de oorzaak wordt vastgesteld, hoe effectiever de behandeling.

Oorzaken en risicofactoren

De oorzaken van haaruitval bij honden zijn zeer divers. Hormonale stoornissen vormen een belangrijke groep: hypothyreoïdie (een te traag werkende schildklier), het syndroom van Cushing (te veel cortisol) en afwijkingen in de geslachtshormonen kunnen allemaal leiden tot symmetrische, niet-jeukende haaruitval. Bij deze aandoeningen groeit het haar simpelweg niet meer terug nadat het is uitgevallen.

Allergieën zijn een andere veelvoorkomende oorzaak. Vlooienallergie, voedselallergie en atopische dermatitis veroorzaken hevige jeuk, waardoor je hond zichzelf kaal krabt of likt. Huidparasieten zoals Demodex-mijten en schurftmijten (Sarcoptes) kunnen eveneens ernstige haaruitval veroorzaken. Schimmelinfecties (ringworm) leiden tot ronde kale plekken met schilfering. Tot slot kunnen bacteriële huidinfecties, auto-immuunziekten, stress en voedingstekorten bijdragen aan haarverlies.

Haaruitval kan bij alle rassen voorkomen. Rassen zoals de Dalmatiër, de Siberische Husky en de Pomeriaan worden in de veterinaire literatuur regelmatig in verband gebracht met specifieke vormen van alopecia, waaronder kleurverdunningsalopecia en alopecia X.

De vacht van je hond is een spiegel van zijn gezondheid. Haaruitval is vaak het eerste zichtbare signaal dat er iets speelt, en vroege actie kan veel leed voorkomen.

Diagnose

De diagnostische aanpak hangt af van het patroon van de haaruitval en de begeleidende symptomen. De dierenarts begint met een uitgebreide anamnese en lichamelijk onderzoek. Vervolgens worden gerichte diagnostische tests ingezet. Huidschrapsel kan Demodex- en Sarcoptes-mijten aantonen, een houtlamp en schimmelkweek helpen bij het opsporen van ringworm, en cytologie van de huid kan bacteriële of gistinfecties bevestigen.

Bij vermoeden van een hormonale oorzaak wordt bloedonderzoek uitgevoerd, waaronder schildklierfunctietests en cortisoltests (ACTH-stimulatietest of dexamethason-suppressietest). Een huidbiopsie kan nodig zijn bij onverklaarde haaruitval of verdenking op een auto-immuunaandoening. Allergietesten (intradermale huidtest of bloedtest) worden ingezet wanneer een allergische oorzaak wordt vermoed.

Behandeling

De behandeling richt zich volledig op de onderliggende oorzaak. Bij hypothyreoïdie wordt levenslang schildklierhormoon (levothyroxine) voorgeschreven, waarop de vacht doorgaans binnen enkele maanden herstelt. Bij het syndroom van Cushing wordt de bijnierfunctie medicamenteus gereguleerd. Parasitaire oorzaken worden behandeld met gerichte antiparasitaire middelen, en schimmelinfecties met antifungale medicatie.

Bij allergische haaruitval staat het beheersen van de jeuk centraal, in combinatie met het vermijden van de trigger. Dit kan bestaan uit vlooienpreventie, een eliminatiedieet bij voedselallergie of medicatie zoals oclacitinib (Apoquel) of lokivetmab (Cytopoint) bij atopie. Bacteriële huidinfecties worden behandeld met antibiotica, vaak zowel lokaal (shampoo) als systemisch (tabletten). Bij sommige vormen van alopecia, zoals alopecia X bij de Pomeriaan, is de behandeling helaas beperkt en wordt vooral cosmetisch geadviseerd.

Prognose en preventie

De prognose hangt volledig af van de onderliggende oorzaak. Hormonale aandoeningen zijn doorgaans goed behandelbaar en de vacht herstelt in de meeste gevallen volledig na het starten van de juiste medicatie. Allergische haaruitval vereist vaak levenslang management maar is goed onder controle te houden. Bij auto-immuunaandoeningen en sommige genetische vormen van alopecia is het herstel minder voorspelbaar.

Preventie bestaat uit goede basisverzorging: regelmatige vlooien- en tekenpreventie, een uitgebalanceerd en hoogwaardig dieet, regelmatige vachtverzorging en tijdige behandeling van huidproblemen. Laat je hond jaarlijks onderzoeken bij de dierenarts, inclusief bloedonderzoek op oudere leeftijd, zodat hormonale afwijkingen vroegtijdig worden opgespoord.

Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.

Meer over huidaandoeningen

Lees ook over verwante aandoeningen.

Likgranulomen Alle ziektes