Ectopische ureter bij honden
Een aangeboren afwijking waarbij de urineleider op de verkeerde plek uitmondt, met urine-incontinentie als gevolg.
Een ectopische ureter is een aangeboren misvorming waarbij een of beide urineleiders niet in de blaas uitmonden, maar op een afwijkende locatie, waardoor de hond onvrijwillig urineverlies ervaart.
Deze aandoening treft vooral jonge teefjes en wordt vaak pas herkend wanneer zindelijkheidstraining geen resultaat oplevert.
Wat is een ectopische ureter?
Normaal gesproken lopen de ureteren (urineleiders) van de nieren naar de blaas, waar de urine wordt opgeslagen totdat de hond plast. Bij een ectopische ureter mondt een of beide ureteren niet op de juiste plaats in de blaas uit, maar ergens anders: in de urethra (plasbuis), de vagina, de baarmoeder of zelfs direct buiten het lichaam.
Doordat de urine de blaas gedeeltelijk of volledig omzeilt, heeft de hond geen controle over het urineverlies. De aandoening is aangeboren en ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling, wanneer de ureterknop zich niet correct van de mesonefrale gang afsplitst.
Er zijn twee vormen: intramuraal ectopisch, waarbij de ureter wel door de blaaswand loopt maar te ver doorschiet en voorbij de blaashals uitmondt, en extramuraal ectopisch, waarbij de ureter de blaas volledig omzeilt. De intramurale vorm komt bij honden verreweg het vaakst voor.
Symptomen van een ectopische ureter
De symptomen worden meestal al op jonge leeftijd opgemerkt. De volgende verschijnselen zijn kenmerkend:
- Continue druppelsgewijze urine-incontinentie: de hond verliest voortdurend kleine hoeveelheden urine, onafhankelijk van het plassen.
- Nat slaapgebied: de ligplaats van de hond is regelmatig vochtig of ruikt naar urine.
- Vochtige vacht rond de vulva of penis: de huid en vacht in het genitale gebied zijn continu vochtig.
- Huidirritatie en dermatitis: de constant natte huid kan rood, geïrriteerd en pijnlijk worden door urinecontact.
- Terugkerende urineweginfecties: door de abnormale urineafvoer ontstaan er herhaaldelijk bacteriële infecties.
- Overmatig likken: de hond likt overmatig aan het genitale gebied in een poging de irritatie te verlichten.
- Normaal plasgedrag daarnaast: de hond kan vaak wel normaal plassen als de blaas zich deels vult via de andere, normale ureter.
- Mislukte zindelijkheidstraining: ondanks consistent trainen blijft de hond urine lekken, wat eigenaren vaak als een gedragsprobleem interpreteren.
Als een jonge hond ondanks alle pogingen niet zindelijk wordt, is het verstandig om een ectopische ureter als mogelijke oorzaak te laten onderzoeken.
Oorzaken en risicofactoren
Ectopische ureteren zijn aangeboren en ontstaan door een stoornis in de embryonale ontwikkeling van het urinewegstelsel. De exacte oorzaak van deze ontwikkelingsstoornis is onbekend, maar genetische factoren spelen vrijwel zeker een rol, gezien de duidelijke rasgebondenheid.
De aandoening komt significant vaker voor bij bepaalde rassen. De Golden Retriever, Labrador Retriever, Siberische Husky, Engelse Bulldog en West Highland White Terriër behoren tot de meest getroffen rassen. Teefjes worden aanzienlijk vaker gediagnosticeerd dan reuen, hoewel dit deels kan komen doordat incontinentie bij reuen minder opvallend is vanwege de langere urethra.
Ectopische ureteren komen soms voor in combinatie met andere aangeboren afwijkingen van het urogenitale stelsel, zoals hydronefrose (opzwelling van de nier door urineophoping), een onderontwikkelde blaas of een incompetente urethrale sfincter. Deze bijkomende afwijkingen kunnen de incontinentie verergeren en de behandeling compliceren.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld met behulp van beeldvormend onderzoek. CT-urografie, waarbij een contrastmiddel intraveneus wordt toegediend en via de nieren wordt uitgescheiden, is momenteel de gouden standaard. Op de CT-beelden is duidelijk te zien waar de ureteren uitmonden en of er sprake is van bijkomende afwijkingen zoals hydronefrose.
Cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas via de urethra) is een waardevolle aanvullende diagnostische methode, vooral bij teefjes. Hierbij kan de dierenarts de uretermondingen direct visualiseren en beoordelen. Echografie kan hydronefrose en een verwijde ureter opsporen, maar is minder betrouwbaar voor het vaststellen van de exacte ureteruitmonding. Intraveneuze urografie (röntgencontrast) wordt nog wel gebruikt, maar is minder nauwkeurig dan CT.
Behandeling
De behandeling van ectopische ureteren is doorgaans chirurgisch. Bij de intramurale vorm, die bij honden het vaakst voorkomt, kan de ureteropening via cystoscopie met een laser worden gecorrigeerd. Bij deze minimaal invasieve techniek wordt het deel van de ureter dat voorbij de blaashals loopt, opengesneden zodat de urine in de blaas terechtkomt in plaats van in de urethra.
Bij de extramurale vorm is open chirurgie noodzakelijk. De chirurg maakt de afwijkend verlopende ureter los en herimplanteert deze op de juiste positie in de blaaswand (neoureterocystostomie). In zeldzame gevallen, wanneer de bijbehorende nier ernstig beschadigd is door chronische infectie of hydronefrose, kan verwijdering van de nier en ureter (nefroureterectomie) nodig zijn.
Een aanzienlijk deel van de honden blijft na chirurgische correctie enige mate van incontinentie houden, doordat er vaak een bijkomende zwakte van de urethrale sluitspier bestaat. In die gevallen kan aanvullende medicamenteuze therapie worden ingezet, zoals fenylpropanolamine om de sluitspiertonus te verhogen. Combinatie van chirurgie en medicatie geeft bij de meeste honden een bevredigend resultaat.
Prognose en preventie
De prognose na behandeling is wisselend. Ongeveer 50% tot 75% van de teefjes wordt volledig continent na chirurgische correctie; bij reuen ligt dit percentage hoger. Bij honden die niet volledig continent worden, kan medicamenteuze ondersteuning de incontinentie vaak tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen. De prognose is beter wanneer er geen bijkomende urogenitale afwijkingen zijn.
Gerichte preventie is niet mogelijk, omdat het om een aangeboren aandoening gaat. Wel is het belangrijk om bij rassen met een verhoogd risico alert te zijn op vroege signalen van incontinentie. Fokkers wordt geadviseerd om aangedane dieren niet in te zetten voor de fokkerij, om de genetische verspreiding van de aandoening te beperken. Vroege diagnose en behandeling geven het beste resultaat.
Incontinentie bij een jonge hond is nooit ‘gewoon ongehoorzaamheid’. Laat het altijd onderzoeken, want achter het ongelukje kan een behandelbare oorzaak schuilgaan.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over aangeboren aandoeningen?
Lees over andere congenitale afwijkingen bij honden.