Keratoconjunctivitis sicca bij honden
Wanneer de traanklieren falen: alles over droog oog en de gevolgen voor je hond.
Keratoconjunctivitis sicca (KCS) is de medische term voor droog oog bij honden, een aandoening waarbij de traanklieren te weinig traanvocht produceren om het oog goed te beschermen.
Deze aandoening kan op het eerste gezicht onschuldig lijken, maar zonder behandeling leidt KCS tot chronische pijn, terugkerende infecties en mogelijk blijvende schade aan het gezichtsvermogen.
Wat is keratoconjunctivitis sicca?
Keratoconjunctivitis sicca, afgekort KCS, is een oogaandoening die ontstaat door een tekort aan de waterige component van het traanvocht. De traanfilm bestaat uit drie lagen: een slijmlaag, een waterlaag en een vetlaag. Bij KCS is vooral de waterlaag ontoereikend, waardoor het hoornvlies en het bindvlies onvoldoende gevoed en beschermd worden.
Het gevolg is een chronische ontsteking van zowel het hoornvlies (keratitis) als het bindvlies (conjunctivitis), vandaar de naam keratoconjunctivitis. Het toevoeging ‘sicca’ verwijst naar de droogheid die aan de basis van het probleem ligt.
KCS is een van de meest voorkomende oogaandoeningen bij honden en wordt bij katten slechts zelden gezien. De aandoening is chronisch van aard en vereist in de meeste gevallen levenslange behandeling.
Symptomen van keratoconjunctivitis sicca
De verschijnselen van KCS variëren van mild tot ernstig en verergeren doorgaans als de aandoening onbehandeld blijft. Veelvoorkomende symptomen zijn:
- Taai, mucopurulent oogslijm: het oog produceert dik, gelig of groenig slijm dat zich ophoopt in de ooghoeken.
- Roodheid van het bindvlies: de bloedvaten in het oogwit worden duidelijk zichtbaar door de chronische ontsteking.
- Blefarospasme: de hond knijpt het aangedane oog samen als reactie op pijn en irritatie.
- Verlies van hoornvliesglans: het oogoppervlak ziet er dof en droog uit in plaats van helder en glanzend.
- Neovascularisatie: er groeien bloedvaatjes vanuit het oogwit het hoornvlies in als reactie op de chronische irritatie.
- Hoornvlieszweren: het droge, kwetsbare hoornvlies kan kleine tot ernstige zweren ontwikkelen.
- Pigmentatie van het hoornvlies: bruine pigmentafzetting vermindert geleidelijk de doorzichtigheid van het hoornvlies.
- Verminderd gezichtsvermogen: door de combinatie van pigmentatie, littekenvorming en zweren kan het zicht aanzienlijk afnemen.
De symptomen treden vaak in beide ogen op, hoewel de ernst per oog kan verschillen. Regelmatige oogcontroles zijn cruciaal om de aandoening vroegtijdig te herkennen.
Oorzaken en risicofactoren
In ongeveer 80% van de gevallen wordt KCS veroorzaakt door immuungemedieerde destructie van de traanklieren. Het afweersysteem valt het eigen traanklierweefsel aan, waardoor de productiecapaciteit geleidelijk afneemt. De exacte trigger voor deze auto-immuunreactie is vaak onduidelijk, maar genetische aanleg speelt een belangrijke rol.
Bepaalde rassen zijn duidelijk meer vatbaar voor KCS. De Cavalier King Charles Spaniël, Engelse Bulldog, Cocker Spaniël, Shih Tzu, Yorkshire Terriër en West Highland White Terriër behoren tot de rassen met het hoogste risico.
Andere oorzaken zijn het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (sulfonamiden, atropine), infectie met het canine distemper virus, trauma aan de traanklier, hypothyreoïdie, en het chirurgisch verwijderen van de nictitansklier (de traanklier van het derde ooglid). Ook diabetes mellitus en de ziekte van Cushing kunnen bijdragen aan verminderde traanproductie.
Diagnose
De standaardtest voor het vaststellen van KCS is de Schirmer Tear Test (STT). Een gestandaardiseerd absorberend papierstrookje wordt in de onderste conjunctivaalzak geplaatst en na één minuut wordt het bevochtigde deel gemeten. Normale waarden liggen boven 15 mm/min. Waarden tussen 10 en 15 mm/min wijzen op een beginnende KCS; waarden onder 10 mm/min bevestigen de diagnose.
Aanvullende diagnostiek omvat fluoresceïnekleuring om cornea-ulcera op te sporen, bengaals rooskleuring om beschadigde epitheelcellen aan te tonen, en een uitgebreid oogonderzoek met spleetlamp. De dierenarts zal ook de oorzaak proberen te achterhalen door middel van bloedonderzoek (schildklierfunctie, glucosespiegels) en een grondige anamnese van het medicatiegebruik.
Behandeling
De primaire behandeling van KCS bestaat uit topische immuunsuppressieve therapie. Ciclosporine (0,2% oogzalf of druppels) is het meest gebruikte middel en werkt door de auto-immuunreactie tegen de traanklieren te onderdrukken. Bij honden die onvoldoende reageren op ciclosporine kan tacrolimus (0,02% tot 0,03%) worden voorgeschreven, dat via een vergelijkbaar maar krachtiger mechanisme werkt.
Ondersteunende behandeling bestaat uit het frequent toedienen van kunsttranen om het oog vochtig te houden, en mucolytica om het taaie slijm te verdunnen. Bij secundaire bacteriële infecties worden breedspectrum antibiotische oogdruppels voorgeschreven. Het is belangrijk om het oog meerdere keren per dag voorzichtig schoon te maken met een steriel fysiologisch zoutoplossing.
Chirurgische behandeling wordt overwogen wanneer medicamenteuze therapie faalt. De meest toegepaste ingreep is de parotisducttranspositie, waarbij de afvoergang van de oorspeekselklier (glandula parotis) wordt verplaatst naar de conjunctivaalzak. Hierdoor wordt het oog bevochtigd door speeksel. Een mogelijke bijwerking is minerale neerslag op het hoornvlies door het calciumrijke speeksel.
Prognose en preventie
Met consequente behandeling is de prognose voor de meeste honden met KCS gunstig. Circa 80% van de honden toont significante verbetering van de traanproductie na behandeling met ciclosporine of tacrolimus. Vroege diagnose en onmiddellijke start van de therapie vergroten de kans op een goed resultaat aanzienlijk. Honden die laat in het ziekteproces worden behandeld, hebben meer kans op blijvende hoornvliesschade.
Preventie richt zich vooral op bewustwording bij eigenaren van gevoelige rassen. Laat de ogen van je hond regelmatig controleren, met name als je hond tot een risicoras behoort. Vermijd het chirurgisch verwijderen van de nictitansklier bij een ‘cherry eye’ en kies altijd voor terugplaatsing. Meld veranderingen in het uiterlijk van de ogen, zoals toegenomen slijm of roodheid, direct bij je dierenarts.
Een droog oog is een stil oog dat schreeuwt om hulp. Hoe eerder je luistert, hoe beter de uitkomst voor je hond.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over oogproblemen bij honden?
Lees verder over andere veelvoorkomende oogaandoeningen.