Cushing bij honden
Het syndroom van Cushing: een hormonale aandoening door een overschot aan cortisol die het hele lichaam beïnvloedt.
Drinkt je hond opvallend veel en plast hij vaker dan voorheen? Het syndroom van Cushing (hyperadrenocorticisme) is een van de meest voorkomende hormonale aandoeningen bij middelbare en oudere honden.
De symptomen ontwikkelen zich geleidelijk, waardoor ze aanvankelijk worden aangezien voor normale veroudering. Vroege herkenning maakt een groot verschil voor de levenskwaliteit van je hond.
Wat is het syndroom van Cushing?
Het syndroom van Cushing, ook wel hyperadrenocorticisme genoemd, is een aandoening waarbij de bijnieren chronisch te veel cortisol produceren. Cortisol is een stresshormoon dat in normale hoeveelheden essentieel is voor het functioneren van het lichaam, maar bij een overschot talrijke schadelijke effecten heeft op vrijwel alle orgaansystemen.
Er bestaan drie vormen. De meest voorkomende is hypofyse-afhankelijk Cushing (ongeveer 85% van de gevallen), waarbij een goedaardig gezwelletje (micro-adenoom) in de hypofyse te veel ACTH produceert, dat op zijn beurt de bijnieren stimuleert. Bij bijnier-afhankelijk Cushing (ongeveer 15%) zit het probleem in een tumor van de bijnier zelf. De derde vorm, iatrogeen Cushing, ontstaat door langdurig gebruik van corticosteroïden als medicijn.
De aandoening treft vooral honden ouder dan zes jaar. Zonder behandeling leidt het chronische cortisoloverschot tot ernstige complicaties, waaronder diabetes, hoge bloeddruk, terugkerende infecties en een sterk verminderde levenskwaliteit.
Symptomen van het syndroom van Cushing
De symptomen van Cushing ontwikkelen zich langzaam over maanden tot jaren. Veel eigenaren herkennen de klachten pas in retrospectief, wanneer de diagnose eenmaal is gesteld.
- Overmatig drinken (polydipsie): de hond drinkt aanzienlijk meer dan normaal, soms twee tot drie keer de gebruikelijke hoeveelheid.
- Veelvuldig plassen (polyurie): door het verhoogde vochtverbruik plast de hond veel vaker, soms ook binnenshuis.
- Toegenomen eetlust (polyfagie): cortisol stimuleert de eetlust, waardoor de hond gulzig en onverzadigbaar lijkt.
- Hangbuik: het kenmerkende ’tonvormige’ uiterlijk door herverdeling van vet en verzwakte buikspieren.
- Haaruitval: symmetrische dunning of kaalheid van de vacht, vooral op de romp, met sparing van kop en poten.
- Dunne, kwetsbare huid: de huid wordt papierachtig dun en vertoont snel blauwe plekken of kalkafzettingen (calcinosis cutis).
- Hijgen: overmatig hijgen, ook in rust, door vetafzetting rond de luchtwegen en spierzwakte.
- Spierzwakte en lusteloosheid: de hond is minder actief, heeft moeite met traplopen en vertoont algehele spierafbraak.
Terugkerende urineweginfecties en huidinfecties zijn eveneens veelvoorkomend, omdat cortisol het immuunsysteem onderdrukt. Wanneer je meerdere van deze symptomen herkent bij je oudere hond, is een bezoek aan de dierenarts dringend aan te raden.
Oorzaken en risicofactoren
Zoals beschreven ligt de oorzaak bij de hypofyse-afhankelijke vorm in een goedaardig gezwel van de hypofyse (een hersenklier). Dit gezwelletje produceert ongecontroleerd ACTH, waardoor de bijnieren constant worden gestimuleerd om cortisol aan te maken. Bij de bijnier-afhankelijke vorm is er sprake van een tumor (adenoom of carcinoom) in een van de bijnieren.
Bepaalde rassen hebben een verhoogd risico op Cushing. De Poedel, Teckel, Beagle, Boxer en Boston Terriër worden vaker getroffen. Ook de Labrador Retriever en diverse terriërrassen komen regelmatig voor. De aandoening treft zowel reuen als teven, met een lichte voorkeur voor teven bij de hypofysevorm.
Iatrogeen Cushing kan elke hond treffen die langdurig wordt behandeld met corticosteroïden, bijvoorbeeld voor allergieën of auto-immuunziekten. Het is daarom belangrijk dat corticosteroïden altijd onder veterinair toezicht worden gebruikt en nooit abrupt worden gestopt.
Diagnose
De diagnose van Cushing vereist een combinatie van bloedonderzoek en hormoontests. Een standaard bloedpanel toont typische afwijkingen zoals verhoogde leverwaarden (met name alkalisch fosfatase), verhoogde cholesterol en een verdund urine. Deze bevindingen zijn suggestief maar niet bewijzend.
Specifieke diagnostische tests omvatten de lage-dosis-dexamethason-suppressietest (LDDS), de ACTH-stimulatietest en het urinecortisolcreatinineratio. De LDDS-test is het meest gevoelig en kan ook helpen onderscheid te maken tussen de hypofyse- en bijniervorm. Echografie van de bijnieren en eventueel een MRI-scan van de hypofyse voltooien het diagnostisch beeld.
Behandeling
De behandeling van hypofyse-afhankelijk Cushing bestaat doorgaans uit levenslange medicatie. Trilostane (Vetoryl) is het meest voorgeschreven middel en remt de cortisolproductie in de bijnieren. De dosering wordt individueel afgestemd op basis van regelmatige ACTH-stimulatietests. Mitotane is een ouder alternatief dat de bijniercellen gedeeltelijk vernietigt, maar vereist nauwkeurige monitoring vanwege het risico op bijnierschorsinsufficiëntie.
Bij bijnier-afhankelijk Cushing heeft chirurgische verwijdering van de aangedane bijnier (adrenalectomie) de voorkeur, mits de tumor operabel is. Na de operatie heeft de hond tijdelijk cortisolsuppletie nodig, omdat de andere bijnier door het langdurige overschot is ‘ingeslapen’ en tijd nodig heeft om weer normaal te functioneren.
Iatrogeen Cushing wordt behandeld door de corticosteroïdmedicatie geleidelijk af te bouwen onder begeleiding van de dierenarts. Dit mag nooit plotseling gebeuren, omdat de bijnieren tijd nodig hebben om hun eigen productie weer op gang te brengen. Regelmatige controles, doorgaans elke drie tot zes maanden, blijven levenslang noodzakelijk om de dosering van de medicatie bij te sturen.
Prognose en preventie
Met adequate behandeling kunnen honden met Cushing nog jarenlang een goede kwaliteit van leven hebben. De meeste symptomen, zoals overmatig drinken, frequent plassen en de hangbuik, verbeteren aanzienlijk binnen enkele weken tot maanden na het starten van de therapie. De mediane overlevingstijd na diagnose bedraagt twee tot drie jaar, afhankelijk van de vorm en eventuele complicaties.
Gerichte preventie is niet mogelijk voor de spontane vormen van Cushing. Iatrogeen Cushing kan worden voorkomen door corticosteroïden altijd in de laagst effectieve dosering en voor de kortst mogelijke duur voor te schrijven. Eigenaren van gevoelige rassen doen er goed aan alert te zijn op de kenmerkende symptomen, zodat de diagnose in een vroeg stadium kan worden gesteld.
Cushing is een ziekte die sluipend komt, maar met de juiste behandeling kan je hond weer volop genieten van het leven.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over hormonale aandoeningen?
Ontdek hoe hormonale problemen bij honden zich uiten en wat je eraan kunt doen.