Aortastenose bij honden
Een aangeboren vernauwing van de aortaklep die de bloeddoorstroming belemmert
Aortastenose is een aangeboren hartafwijking waarbij de uitstroombaan van de linker hartkamer naar de aorta (de grote lichaamsslagader) vernauwd is. Het hart moet hierdoor harder pompen om het bloed door de vernauwing te persen, wat op termijn leidt tot verdikking van de hartspier en kan resulteren in ritmestoornissen, flauwvallen en plotselinge hartdood.
In dit artikel lees je wat aortastenose inhoudt, hoe je het herkent en welke behandelopties beschikbaar zijn.
Wat is aortastenose?
Bij aortastenose (ook subaortastenose of SAS genoemd) is er een vernauwing in het gebied net onder, ter hoogte van of net boven de aortaklep. Bij honden is de subvalvulaire vorm (subaortastenose) veruit het meest voorkomend: een ring of richel van fibreus weefsel bevindt zich net onder de aortaklep en belemmert de uitstroom van bloed uit de linker hartkamer.
De vernauwing ontstaat al voor de geboorte en is bij sommige honden al merkbaar als puppy, terwijl het bij andere pas later in het leven wordt ontdekt. De ernst varieert sterk: een milde stenose veroorzaakt weinig klachten, terwijl een ernstige stenose levensbedreigend kan zijn.
Aortastenose is een van de meest voorkomende aangeboren hartafwijkingen bij honden en wordt erfelijk overgedragen. Het is daarom essentieel dat aangedane honden niet voor de fok worden gebruikt.
Symptomen van aortastenose
Milde vormen van aortastenose veroorzaken vaak geen merkbare symptomen en worden pas ontdekt wanneer de dierenarts een hartruis hoort. Bij ernstigere vormen kunnen de volgende verschijnselen optreden.
- Verminderd uithoudingsvermogen: je hond wordt sneller moe tijdens wandelingen of spel dan leeftijdsgenoten
- Flauwvallen (syncope): plotseling bewustzijnsverlies, vooral tijdens inspanning of opwinding
- Moeite met ademhalen: hijgen of benauwdheid na lichte inspanning
- Hartruis: de dierenarts hoort een duidelijk geruis bij het beluisteren van het hart (links aan de hartbasis)
- Plotselinge dood: bij ernstige stenose kan een fatale hartritmestoornis optreden zonder voorafgaande waarschuwing
- Hoesten: bij gevorderd hartfalen kan vochtophoping in de longen hoest veroorzaken
- Zwakte na inspanning: je hond wordt wankel of onvast ter been na lichamelijke activiteit
- Groeiachterstand: ernstig aangedane pups kunnen achterblijven in groei ten opzichte van nestgenoten
Plotseling flauwvallen tijdens inspanning bij een jonge, grote hond is een alarmsignaal dat altijd cardiologisch onderzoek rechtvaardigt.
Oorzaken en risicofactoren
Aortastenose is een erfelijke aangeboren afwijking. De overerving is complex en vermoedelijk polygenetisch (meerdere genen zijn betrokken). Honden met milde stenose kunnen het gen doorgeven aan nakomelingen die een ernstigere vorm ontwikkelen.
Hoewel de afwijking aangeboren is, kan de stenose na de geboorte nog toenemen doordat het fibreuze weefsel in de eerste levensmaanden verder groeit. Hierdoor kan een hartruis die bij een jonge pup nog mild is, bij hercontrole op latere leeftijd ernstiger blijken te zijn.
Rassen zoals de Golden Retriever, de Rottweiler en de Boxer hebben een duidelijk verhoogd risico op aortastenose.
Diagnose
De eerste aanwijzing is vaak een hartruis die de dierenarts hoort tijdens een routinecontrole. De sterkte van de hartruis correleert globaal met de ernst van de stenose. Echocardiografie (hartecho met Doppler) is het onderzoek van keuze voor de definitieve diagnose. Hiermee kan de dierenarts de vernauwing visualiseren, de bloedstroomsnelheid door de stenose meten en de drukgradiënt berekenen.
Een drukgradiënt onder 50 mmHg wordt als mild beschouwd, 50 tot 80 mmHg als matig en boven 80 mmHg als ernstig. Een ECG (hartfilmpje) kan hartritmestoornissen aantonen. Thoraxfoto’s kunnen een vergrote linker hartkamer en verwijding van de aorta na de stenose laten zien. Bij fokhonden wordt aanbevolen om een gecertificeerd cardioloog de hartecho te laten uitvoeren.
Behandeling
Er is helaas geen behandeling die de stenose volledig kan verhelpen. Bij milde stenose (drukgradiënt onder 50 mmHg) is doorgaans geen behandeling nodig, maar regelmatige controles zijn aangewezen. Bij matige tot ernstige stenose worden bètablokkers (atenolol) voorgeschreven om de hartslag te verlagen, de zuurstofbehoefte van de hartspier te verminderen en het risico op hartritmestoornissen te verkleinen.
Ballondilatatie (het oprekken van de vernauwing met een ballonkatheter) kan in sommige gevallen worden overwogen, maar de resultaten zijn bij de subvalvulaire vorm van aortastenose teleurstellend omdat het fibreuze weefsel na oprekking terugkeert. Bij de valvulaire vorm kan ballondilatatie effectiever zijn.
Inspanningsbeperking is een belangrijk onderdeel van het management. Honden met matige tot ernstige stenose mogen niet intensief sporten of zwaar inspannen, omdat dit het risico op fatale ritmestoornissen vergroot. Regelmatige, rustige beweging is wel aan te moedigen.
Prognose en preventie
De prognose hangt direct samen met de ernst van de stenose. Honden met milde stenose hebben een normale levensverwachting en ervaren doorgaans geen beperkingen. Bij matige stenose met adequate behandeling is de prognose redelijk. Bij ernstige stenose is het risico op plotselinge hartdood significant, ondanks behandeling met bètablokkers.
Preventie draait om verantwoord fokbeleid. Alle fokhonden van risicrassen moeten voor de fok een hartecho ondergaan door een gecertificeerd veterinair cardioloog. Honden met aortastenose, ongeacht de ernst, mogen niet voor de fok worden gebruikt. Fokverenigingen van risicrassen hebben protocollen opgesteld voor hartscreening; volg deze strikt op. Bij aankoop van een pup van een risicoras: vraag naar de hartscreeningsresultaten van beide ouderdieren.
Aortastenose is erfelijk. Laat fokhonden van risicrassen altijd screenen door een gecertificeerd veterinair cardioloog.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over hartaandoeningen
Lees ook over verwante aangeboren hartafwijkingen.