Aangeboren oogafwijkingen bij honden
Erfelijke en ontwikkelingsgerelateerde aandoeningen van het hondenoog
Aangeboren oogafwijkingen zijn structurele afwijkingen aan het oog die al bij de geboorte aanwezig zijn. Ze variëren van milde afwijkingen zonder merkbare gevolgen tot ernstige aandoeningen die het zicht sterk beperken of zelfs tot volledige blindheid leiden.
De ogen van een hond zijn ingewikkelde organen die zich in de baarmoeder razendsnel ontwikkelen. Als er in dat proces iets misgaat, kan dat blijvende gevolgen hebben. In dit artikel lees je welke aangeboren oogproblemen bij honden voorkomen, hoe je ze herkent en welke behandelmogelijkheden er zijn.
Wat zijn aangeboren oogafwijkingen?
Aangeboren oogafwijkingen omvatten een brede groep aandoeningen waarbij het oog al voor of tijdens de geboorte niet goed is aangelegd. De oorzaak is meestal erfelijk: de afwijking zit in de genen en wordt van ouder op pup doorgegeven. Daarnaast kunnen verstoringen tijdens de embryonale ontwikkeling een rol spelen. Denk aan infecties bij de moederhond (zoals herpesvirus), blootstelling aan schadelijke stoffen of een tekort aan essentiële voedingsstoffen tijdens de dracht.
Er bestaan verschillende typen aangeboren oogafwijkingen, die elk een ander onderdeel van het oog treffen. De meest voorkomende zijn Collie Eye Anomaly (CEA), waarbij het vaatvlies (choroïdea) onderontwikkeld is; persisterende pupillaire membranen (PPM), restanten van bloedvaatjes in het oog die normaal na de geboorte verdwijnen; microftalmie, een abnormaal klein oog; aangeboren cataract, een vertroebeling van de ooglens die al bij de geboorte aanwezig is; retinale dysplasie, een afwijkende ontwikkeling van het netvlies; en aangeboren glaucoom, een verhoogde oogdruk door een aanlegstoornis van het afvoersysteem van het oogvocht.
Sommige van deze afwijkingen zijn mild en veroorzaken nauwelijks hinder. Andere leiden tot ernstig gezichtsverlies of volledige blindheid, soms al op zeer jonge leeftijd. Het is belangrijk om te begrijpen dat aangeboren niet hetzelfde betekent als onbehandelbaar: voor verschillende van deze aandoeningen bestaan behandelopties die het zicht kunnen behouden of de klachten kunnen verminderen.
Symptomen van aangeboren oogafwijkingen
De symptomen hangen af van het type afwijking en de ernst ervan. Soms is een afwijking met het blote oog zichtbaar, maar in andere gevallen merk je alleen indirect dat er iets mis is met het zicht van je hond. De volgende signalen verdienen je aandacht:
- Troebele, witte of blauwige verkleuring van het oog: dit kan wijzen op aangeboren cataract of andere lensafwijkingen
- Overgevoeligheid voor licht: je hond knijpt de ogen samen in helder licht of probeert schaduw op te zoeken
- Overmatig tranen of afscheiding: aanhoudende tranenvloed of pusachtige afscheiding uit een of beide ogen
- Botsen tegen meubels of muren: als je hond onverwacht onhandig is, vooral in een onbekende omgeving, kan dat wijzen op slecht zicht
- Onwillekeurige oogbewegingen (nystagmus): de ogen trillen heen en weer, wat duidt op een neurologische of structurele afwijking
- Verschil in pupilgrootte: de ene pupil is duidelijk groter dan de andere, zonder dat de lichtomstandigheden dit verklaren
- Zichtbaar klein of misvormd oog: bij microftalmie is het oog opvallend kleiner dan normaal of heeft het een afwijkende vorm
- Schrikreacties bij benadering: een hond die slecht ziet, kan schrikken wanneer je onverwacht dichtbij komt, vooral aan de kant van het aangedane oog
Puppy’s met aangeboren oogafwijkingen vertonen deze symptomen soms al heel vroeg, maar het komt ook voor dat de eerste tekenen pas opvallen wanneer het dier ouder wordt en de eisen aan het gezichtsvermogen toenemen. Bij twijfel is een oogonderzoek door een gespecialiseerde dierenarts altijd aan te raden.
Oorzaken en risicofactoren
De meeste aangeboren oogafwijkingen bij honden hebben een erfelijke basis. De afwijking wordt doorgegeven via de genen, soms recessief (beide ouders moeten drager zijn) en soms dominant (één dragende ouder volstaat). Bij Collie Eye Anomaly is het overervingspatroon autosomal recessief, wat betekent dat een pup ziek kan zijn terwijl beide ouders er gezond uitzien. Bij retinale dysplasie en aangeboren cataract is het overervingspatroon afhankelijk van het ras en de specifieke mutatie.
Naast erfelijkheid spelen omgevingsfactoren een rol. Infecties bij de moederhond tijdens de dracht, met name het canine herpesvirus, kunnen de oogontwikkeling van de ongeboren pups verstoren. Ook blootstelling aan bepaalde medicijnen of toxische stoffen en ernstige voedingstekorten bij de moederhond kunnen bijdragen aan het ontstaan van oogafwijkingen.
Deze aandoening kan bij alle rassen voorkomen. Rassen zoals de Border Collie, de Cavalier King Charles Spaniel en de Siberische Husky worden in de veterinaire literatuur regelmatig in verband gebracht met deze aandoening.
Veel aangeboren oogafwijkingen zijn al op puppyleeftijd vast te stellen. Een oogonderzoek voor de leeftijd van acht weken kan problemen aan het licht brengen nog voordat de pup naar zijn nieuwe thuis gaat.
Diagnose
Een grondig oogonderzoek door een veterinair oftalmoloog (oogarts voor dieren) is de betrouwbaarste manier om aangeboren afwijkingen vast te stellen. Dit onderzoek bestaat meestal uit meerdere onderdelen. Met een spleetlamp bekijkt de specialist de voorste delen van het oog in detail, waaronder het hoornvlies, de voorste oogkamer, de iris en de lens. Met indirecte oftalmoscopie wordt het netvlies (retina) en het vaatvlies (choroïdea) beoordeeld. Tonometrie meet de oogdruk om glaucoom uit te sluiten. Wanneer de lens troebel is en het netvlies niet direct te zien is, kan een oogecho worden gemaakt om de structuren achter de lens te beoordelen.
Voor steeds meer erfelijke oogziekten zijn DNA testen beschikbaar. Met een eenvoudig wangslijmvliesmonster of bloedafname kan worden vastgesteld of een hond drager is van een specifieke mutatie. Dit is bijzonder waardevol voor fokkers, omdat ze hiermee kunnen voorkomen dat twee dragers aan elkaar worden gekoppeld. De Europese oogonderzoekscommissie (ECVO) biedt gestandaardiseerde screeningsprogramma’s waarmee fokkers hun honden kunnen laten keuren voordat ze de fok ingaan.
Behandeling
De behandelmogelijkheden hangen af van het type oogafwijking en de ernst ervan. Voor aangeboren cataract bestaat een chirurgische oplossing: facoemulsificatie. Hierbij wordt de troebele lens met ultrageluid verkleind en verwijderd, waarna in veel gevallen een kunstlens wordt geplaatst. Deze ingreep wordt uitgevoerd door een veterinair oogchirurg en kan het gezichtsvermogen aanzienlijk herstellen. Het slagingspercentage ligt boven de tachtig procent, mits de ingreep op het juiste moment wordt uitgevoerd en er geen andere ernstige oogproblemen zijn.
Aangeboren glaucoom vereist levenslange behandeling met oogdruppels die de oogdruk verlagen. In sommige gevallen is een chirurgische ingreep nodig om de afvoer van oogvocht te verbeteren. Persisterende pupillaire membranen verdwijnen soms vanzelf in de eerste levensmaanden; als ze aanhouden en het zicht belemmeren, kan lasertherapie worden overwogen. Voor aandoeningen als Collie Eye Anomaly en retinale dysplasie bestaan helaas geen curatieve behandelingen. In die gevallen richt de zorg zich op het aanpassen van de leefomgeving en het begeleiden van de hond bij verminderd zicht.
Honden zijn bijzonder goed in het compenseren van gezichtsverlies met hun andere zintuigen, vooral geur en gehoor. Met wat aanpassingen in de thuissituatie, zoals het vermijden van plotselinge verplaatsingen van meubels en het gebruik van geluidscommando’s, kunnen honden met beperkt zicht een uitstekende levenskwaliteit behouden.
Prognose en preventie
De prognose verschilt sterk per type afwijking. Milde vormen van PPM of retinale dysplasie hebben vaak geen noemenswaardige invloed op het dagelijks functioneren van de hond. Aangeboren cataract heeft na succesvolle chirurgie doorgaans een goede prognose. Ernstige vormen van CEA, microftalmie of retinale dysplasie met netvliesloslating kunnen leiden tot permanent gezichtsverlies, maar ook die honden kunnen met de juiste begeleiding een goed en gelukkig leven leiden.
Preventie begint bij verantwoord fokbeleid. DNA testen en oogscreenings door een ECVO gecertificeerde specialist zijn onmisbare hulpmiddelen voor fokkers. Door alleen te fokken met honden die vrij zijn van erfelijke oogafwijkingen, of op zijn minst geen dragers zijn van bekende mutaties, kan de prevalentie van deze aandoeningen aanzienlijk worden teruggedrongen. Daarnaast is het belangrijk dat de moederhond tijdens de dracht gezond is, goed gevoed wordt en niet wordt blootgesteld aan schadelijke stoffen of onnodige medicijnen. Voor nieuwe puppyeigenaren geldt: laat je pup zo vroeg mogelijk oogheelkundig onderzoeken, zodat eventuele afwijkingen tijdig worden opgespoord.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over hondenogen
Lees verder over verwante oogaandoeningen bij honden