Metoclopramide voor honden
Anti-braakmiddel en prokineticum
Je hond braakt herhaaldelijk of heeft last van maagstase — een vertraagde maagontlediging. Metoclopramide is een middel dat tegelijk braken remt en de maag-darmbeweging stimuleert, waardoor voedsel sneller en soepeler door het spijsverteringskanaal gaat.
Wat is metoclopramide precies?
Metoclopramide is een dopamine-antagonist met prokinetische en anti-emetische eigenschappen. Het behoort tot de benzamide-klasse en is zowel in de humane als veterinaire geneeskunde al tientallen jaren een standaardmiddel. Bij honden is het een van de meest gebruikte middelen bij misselijkheid en maag-darmfunctiestoornissen.
Het is beschikbaar als tablet (10 mg), vloeistof voor oraal gebruik en injectievloeistof. In Nederland is metoclopramide geregistreerd voor mensen; voor honden wordt het off-label ingezet op recept.
Hoe werkt metoclopramide bij honden?
Metoclopramide werkt via twee routes tegelijk:
- Anti-emetisch (anti-braak): het blokkeert dopamine-D2-receptoren in de chemoreceptortriggerzone (CTZ) in de hersenstam — de zone die braken initieert vanuit het bloed en het zenuwstelsel
- Prokinetisch (darmmotiliteit): het blokkeert dopamine in de maagwand en verhoogt de gevoeligheid voor acetylcholine, waardoor de maag sneller samentrekt en voedsel beter doorgesluisd wordt naar de dunne darm
Wat metoclopramide onderscheidt van puur anti-braakmiddelen is die prokinetische werking — het behandelt ook de onderliggende traagheid van de maag.
Wanneer schrijft de dierenarts metoclopramide voor?
- Maagstase (gastroparese) — vertraagde maagontlediging na operaties, bij diabetische neuropathie of chronische gastritis
- Refluxoesofagitis — terugvloed van maaginhoud naar de slokdarm; metoclopramide verhoogt de druk van de onderste slokdarmsfincter
- Misselijkheid en braken — door diverse oorzaken, inclusief nierfalen, medicamenteus braken en postoperatief braken
- Megaslokdarm — soms als aanvulling om voedselterugvloed te verminderen
- Parvovirus-behandeling — als onderdeel van ondersteunende therapie bij ernstig braken
Wat is de juiste dosering?
De standaarddosering oraal bij honden is 0,2–0,5 mg/kg driemaal daags (TID), 20–30 minuten voor voer. Dit zorgt dat het middel actief is op het moment dat voedsel de maag bereikt.
- Oraal: 0,2–0,5 mg/kg TID, 20–30 min voor de maaltijd
- Subcutaan/intramusculair: 0,2–0,4 mg/kg per injectie (door dierenarts)
- Continue IV infusie in kliniek: 1–2 mg/kg/24h (bij ernstige gevallen)
Gebruik metoclopramide niet bij honden met maag-darmobstructie, perforatie of bloeding — prokinetische middelen kunnen de situatie dan ernstig verslechteren. Altijd eerst de oorzaak van het braken uitsluiten.
Welke bijwerkingen kan metoclopramide geven?
- Extrapiramidale symptomen — tremoren, onrust, abnormale bewegingen; met name bij hoge doses; stop direct en bel de dierenarts
- Sufheid of sedatie — mild en dosisafhankelijk
- Onrust of hyperactiviteit — bij sommige honden paradoxaal meer bewogen in plaats van rustig
- Diarree of constipatie — wisselend; afhankelijk van de individuele reactie op prokinese
Bij normale therapeutische doseringen zijn bijwerkingen zeldzaam. Honden met epilepsie of bekende gevoeligheid voor dopamine-antagonisten hebben een hoger risico op neurologische bijwerkingen.
Kan metoclopramide samen met andere medicijnen?
- Ondansetron — de combinatie wordt afgeraden; ondansetron werkt deels tegengesteld via serotonine, wat de effectiviteit vermindert
- Maropitant (Cerenia) — effectieve combinatie; verschillende werkingsmechanismen
- Opioïden — versterken het sederend effect van metoclopramide
- Fenothiazines — combinatie versterkt extrapiramidale risico’s
- Digoxine — metoclopramide verhoogt de opname van digoxine; dosisaanpassing kan nodig zijn
Waar moet je op letten bij gebruik?
- Geef altijd 20–30 minuten vóór de maaltijd voor optimaal effect op maagontlediging
- Bij honden met epilepsie: overleg altijd eerst — metoclopramide kan aanvalsgevoeligheid beïnvloeden
- Bewaar op kamertemperatuur, beschermd tegen licht
- Stop bij tekenen van extrapiramidale bewegingsstoornissen (tremoren, stijfheid) en neem direct contact op met de dierenarts
Veelgestelde vragen over metoclopramide voor honden
Wat is het verschil tussen metoclopramide en maropitant (Cerenia)?
Maropitant blokkeert de neurokinine-1-receptor en werkt breed en krachtig anti-emetisch. Metoclopramide blokkeert dopamine en heeft ook prokinetische werking. Maropitant is sterker voor pure braakonderdrukking; metoclopramide is beter als ook de maagmotiliteit hersteld moet worden. Ze werken via verschillende mechanismen en worden soms gecombineerd.
Hoe snel werkt metoclopramide?
Na orale inname begint het effect binnen 30 tot 60 minuten. Na injectie werkt het binnen 10 tot 15 minuten. De werkingsduur is ongeveer 4 tot 6 uur, vandaar de drie giften per dag.
Kan ik metoclopramide zelf kopen zonder recept?
Nee. In Nederland is metoclopramide een receptplichtig geneesmiddel, zowel voor mensen als voor veterinair gebruik. Het wordt op recept verstrekt via de dierenarts of een apotheek. Zelfmedicatie is onverstandig omdat braken altijd een diagnose vereist.
Mijn hond lijkt onrustig na metoclopramide — wat moet ik doen?
Onrust, hyperactiviteit of abnormale bewegingen kunnen wijzen op een extrapiramidale reactie. Stop met toediening en bel direct je dierenarts. Dit is een bekende bijwerking bij hogere doses en vereist aandacht, maar lost na stoppen van het medicijn doorgaans snel op.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts voordat je medicatie bij je hond start of wijzigt.
Meer over hondenmedicatie
Ontdek andere veelgebruikte medicijnen voor honden.