Gerelateerde artikelen
Achtergebleven nageboorte bij honden
Wanneer de placenta na de bevalling niet volledig wordt uitgedreven
Achtergebleven nageboorte is een complicatie die kan optreden na de bevalling van pups. Wanneer een of meerdere placenta’s (nageboortes) niet binnen een redelijke tijd na de geboorte worden uitgedreven, kunnen ernstige infecties en andere gezondheidsproblemen ontstaan.
In dit artikel lees je hoe je achtergebleven nageboorte herkent, wat de risico’s zijn en wanneer je direct de dierenarts moet bellen.
Wat is achtergebleven nageboorte?
Tijdens een normale bevalling wordt elke pup geboren in een vruchtvlies dat is verbonden met een placenta. Kort na de geboorte van elke pup wordt de bijbehorende placenta uitgedreven. Soms gebeurt dit binnen enkele minuten, soms duurt het tot een uur. Wanneer een of meerdere placenta’s niet worden uitgestoten, spreken we van achtergebleven nageboorte, ook wel retentio secundinarum genoemd.
Dit is een serieuze complicatie die zonder behandeling kan leiden tot een levensbedreigende baarmoederontsteking (metritis). De achtergebleven placenta vormt een ideale voedingsbodem voor bacteriën, die zich snel kunnen vermenigvuldigen in de warme, vochtige omgeving van de baarmoeder.
Het is daarom essentieel om tijdens de bevalling bij te houden hoeveel placenta’s er worden uitgedreven en dit aantal te vergelijken met het aantal geboren pups. Als er een placenta mist, is veterinaire hulp geboden.
Symptomen van achtergebleven nageboorte
De klachten manifesteren zich doorgaans binnen 24 tot 72 uur na de bevalling. Let op de volgende verschijnselen.
- Donkergroene of bloederige vaginale afscheiding: een aanhoudende, donkere of riekende uitvloeiing na de bevalling is een belangrijk alarmsignaal
- Koorts: een lichaamstemperatuur boven 39,5 °C wijst op een mogelijke infectie
- Verminderde eetlust: de moederhond wil niet of nauwelijks eten ondanks de verhoogde voedingsbehoefte door het zogen
- Lethargie: de hond is opvallend mat, komt niet overeind en toont weinig interesse in haar pups
- Buikpijn: onrust, hijgen, drukken of een gespannen buik bij aanraking
- Braken: kan optreden als gevolg van de algehele malaise en toxinevorming
- Verminderde melkproductie: de pups lijken onrustig en huilen meer, omdat ze onvoldoende melk krijgen
- Uitdroging: ingevallen ogen en droge slijmvliezen door koorts en verminderde vochtinname
Neem bij deze symptomen onmiddellijk contact op met je dierenarts. Een achtergebleven nageboorte kan snel escaleren tot een levensbedreigende situatie als er niet wordt ingegrepen.
Oorzaken en risicofactoren
De meest voorkomende oorzaak is een baarmoeder die onvoldoende samentrekt (uterus-atonie) na de bevalling. Dit kan het gevolg zijn van uitputting na een langdurige of moeilijke bevalling, een groot nest pups, of een calcium- of oxytocinetekort. Bij oudere honden of honden die voor het eerst werpen, trekt de baarmoeder soms minder krachtig samen.
Andere risicofactoren zijn een abnormale aanhechting van de placenta aan de baarmoederwand, een infectie die al tijdens de dracht aanwezig was, en anatomische afwijkingen van de baarmoeder. Een keizersnede kan het risico eveneens verhogen, omdat de chirurgische ingreep het natuurlijke uitdrijvingsproces verstoort.
Deze complicatie kan bij alle rassen voorkomen. Rassen zoals de Engelse Bulldog, de Chihuahua en de Yorkshire Terrier worden in de veterinaire literatuur vaker in verband gebracht met bevallingcomplicaties vanwege hun lichaamsbouw.
Diagnose
De dierenarts zal beginnen met een lichamelijk onderzoek en het tellen van de uitgedreven placenta’s. Een echografie van de baarmoeder is het belangrijkste diagnostische hulpmiddel: hiermee kan de dierenarts direct zien of er weefselresten in de baarmoeder zijn achtergebleven. Soms wordt aanvullend een röntgenfoto gemaakt om uit te sluiten dat er nog een pup in de baarmoeder zit.
Bloedonderzoek helpt om de ernst van een eventuele infectie te beoordelen. Verhoogde ontstekingswaarden en een afwijkend wit bloedbeeld wijzen op metritis. Ook de lichaamstemperatuur, hartslag en algehele conditie van de moederhond worden nauwlettend gevolgd.
Behandeling
De behandeling is afhankelijk van de ernst van de situatie. In milde gevallen kan de dierenarts oxytocine toedienen, een hormoon dat de baarmoeder stimuleert om samen te trekken en de achtergebleven placenta alsnog uit te drijven. Dit wordt vaak gecombineerd met calciumsuppletie om de contracties te ondersteunen.
Als er al een infectie is ontstaan, worden breed-spectrum antibiotica voorgeschreven. Bij ernstige metritis, waarbij de moederhond systemisch ziek is met hoge koorts en tekenen van bloedvergiftiging, kan een spoedoperatie noodzakelijk zijn. In dat geval wordt een ovariohysterectomie (verwijdering van baarmoeder en eierstokken) uitgevoerd om het infectiehaard te verwijderen.
Tijdens de behandeling moet de moederhond goed worden gehydrateerd met infuustherapie. De pups moeten mogelijk tijdelijk met de fles worden gevoed, vooral als de moederhond antibiotica krijgt die via de melk aan de pups kunnen worden doorgegeven.
Prognose en preventie
Bij tijdige behandeling is de prognose over het algemeen goed. De meeste moederhonden herstellen volledig wanneer de achtergebleven placenta wordt verwijderd en een eventuele infectie adequaat wordt behandeld. Bij een vergevorderde metritis met bloedvergiftiging is de prognose ernstiger en kan intensieve zorg nodig zijn.
Preventie begint bij goede begeleiding van de bevalling. Tel altijd het aantal placenta’s en vergelijk dit met het aantal geboren pups. Zorg voor een schone, rustige omgeving en houd de moederhond goed in de gaten in de uren na de bevalling. Een dierenarts die de bevalling op afstand begeleidt of bij de geboorte aanwezig is, kan complicaties vroegtijdig signaleren. Regelmatige dracht-controles met echografie helpen om het aantal verwachte pups te bepalen, zodat je precies weet hoeveel placenta’s je mag verwachten.
Hoeveel uur na de bevalling moet de nageboorte uitkomen?
Bij een normale bevalling hoort er één placenta te zijn voor elke pup. De vuistregel: een nageboorte verschijnt meestal binnen 15 minuten na de pup, en uiterlijk binnen 4 tot 6 uur. Komt er binnen die tijd geen placenta, terwijl je wel een pup hebt geteld, dan spreken we van een achtergebleven nageboorte bij honden.
Tel daarom tijdens de hele bevalling mee. Noteer elke geboren pup en elke uitgedreven placenta naast elkaar. Aan het eind moeten de aantallen gelijk zijn. Een mismatch — bijvoorbeeld zes pups en vijf placenta’s — is je belangrijkste alarm dat er een placenta blijft zitten bij je hond.
| Moment | Wat hoort er te gebeuren |
|---|---|
| Direct na elke pup | De teef likt de pup schoon en eet vaak de bijbehorende placenta op |
| Binnen 15 minuten | De placenta van die pup wordt uitgedreven |
| Binnen 4-6 uur | Alle placenta’s zijn uit; aantal placenta’s = aantal pups |
| Na 6+ uur zonder placenta | Mogelijk retentio placentae bij de hond — bel je dierenarts |
Goed om te weten: het is volkomen normaal dat de teef de nageboorte opeet. Veel baasjes schrikken daarvan, maar dat instinct is gezond. Het probleem is niet dat je geen placenta ziet, maar dat de telling niet klopt.
Teef eet de placenta op (normaal) of nageboorte niet uitgedreven (probleem)?
Dit onderscheid is waar veel verwarring ontstaat. Twee situaties lijken op elkaar, maar zijn totaal verschillend.
- Normaal gedrag: de teef eet kort na de geboorte de placenta op. Je telt dan evenveel pups als momenten waarop ze “iets” uitdreef en opat. De aantallen kloppen, ook al heb je de placenta zelf niet vastgehouden.
- Een probleem: de nageboorte wordt door de teef niet uitgedreven. Er komt geen placenta, het aantal blijft achter bij het aantal pups, en uren later is er nog steeds niets gekomen. Dit is het scenario waarin de nageboorte bij de teef niet uitgedreven wordt en ingrijpen nodig is.
Twijfel je of de teef een placenta heeft opgegeten of dat er één is achtergebleven? Ga dan uit van het voorzichtige scenario en houd je hond extra in de gaten op de symptomen verderop in dit artikel.
Risicorassen voor placentaretentie
Achtergebleven nageboorte bij honden kan bij elk ras voorkomen, maar kleine en kortsnuitige (brachycefale) rassen lopen meer risico. Hun bouw maakt de bevalling vaker zwaar, en een uitgeputte baarmoeder trekt daarna minder krachtig samen — precies de situatie waarin een placenta blijft zitten.
- Chihuahua: klein nest, smal bekken en een verhoogde kans op een moeizame bevalling maken de Chihuahua gevoelig voor placentaretentie.
- Mopshond: als brachycefaal ras heeft de Mopshond vaak keizersnedes nodig, en juist een keizersnede verstoort het natuurlijke uitdrijven van de placenta.
- Franse Bulldog: ook bij de Franse Bulldog verlopen veel bevallingen via een keizersnede, met een hoger risico op achtergebleven weefsel.
- Pomeriaan: dit kleine ras kan door zijn formaat een uitputtende bevalling doormaken, waarna de baarmoeder onvoldoende samentrekt.
Fok je met een van deze rassen? Laat dan vooraf een drachtscan maken zodat je weet hoeveel pups — en dus hoeveel placenta’s — je mag verwachten.
Behandeling: oxytocine-injectie, manuele extractie of keizersnede
De aanpak hangt af van hoe ernstig de situatie is en of er al een infectie speelt. Hieronder de drie hoofdroutes met een indicatie van de kosten in Nederland.
- Oxytocine-injectie (± €80-€200): bij een milde retentio placentae geeft de hond een hormoon dat de baarmoeder laat samentrekken, vaak samen met calcium. Werkt het beste in de eerste uren.
- Manuele extractie (± €150-€300): lukt het uitdrijven niet, dan haalt de dierenarts de placenta voorzichtig handmatig of met instrumenten weg, soms onder lichte sedatie.
- Keizersnede of operatie (± €600-€1.500): bij ernstige metritis na de bevalling of als de teef systemisch ziek wordt, kan een spoedoperatie nodig zijn, soms met verwijdering van de baarmoeder.
Deze bedragen zijn richtprijzen; spoedconsulten buiten kantooruren liggen hoger. Een vroege oxytocine-behandeling is niet alleen veiliger voor je hond, maar meestal ook een stuk goedkoper dan een operatie achteraf.
Metritis: de gevaarlijkste complicatie na de bevalling
De grootste reden om een achtergebleven nageboorte serieus te nemen, is metritis na de bevalling: een baarmoederontsteking. Achtergebleven placentaweefsel is een ideale voedingsbodem voor bacteriën, en in de warme baarmoeder vermenigvuldigen die zich razendsnel.
Herken metritis aan koorts boven 39,5 °C, een donkere, kwalijk ruikende vaginale afscheiding, sloomheid en verminderde melkproductie. Onbehandeld kan metritis overgaan in bloedvergiftiging, en dat is levensbedreigend voor de moederhond. Zie je deze signalen in de dagen na de bevalling? Dan is dit geen afwachtmoment — bel direct je dierenarts.
Tel altijd het aantal placenta’s tijdens de bevalling. Eén ontbrekende placenta is reden om direct de dierenarts te bellen.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer over bevalling en voortplanting
Lees ook over verwante complicaties bij de bevalling.