Hartstilstand bij honden

Wanneer het hart van je hond plotseling stopt met pompen.

Hartstilstand is het meest urgente noodgeval in de diergeneeskunde. Bij een hartstilstand circuleer het bloed niet meer, waardoor organen binnen enkele minuten onherstelbare schade oplopen. Onmiddellijke reanimatie is de enige kans op overleving.

Lees hier hoe hartstilstand ontstaat, wat je kunt doen in een noodgeval en hoe het risico kan worden verkleind.

· · ·

Wat is hartstilstand?

Hartstilstand (cardiac arrest) is een acuut, levensbedreigend event waarbij het hart plotseling stopt met effectief pompen. Het bloed circuleert niet meer, waardoor organen en weefsels, met name de hersenen, binnen enkele minuten onherstelbare schade oplopen door zuurstofgebrek. Zonder onmiddellijke reanimatie is hartstilstand fataal.

Hartstilstand kan zich manifesteren als asystole (volledige afwezigheid van hartactiviteit), ventrikelfibrilleren (chaotische, ineffectieve elektrische activiteit) of polsloze elektrische activiteit (PEA, waarbij er wel een elektrisch ritme is maar het hart niet effectief pompt). Het herkennen van de specifieke vorm is belangrijk voor de juiste reanimatieaanpak.

Symptomen van hartstilstand

Hartstilstand treedt plotseling op. De symptomen zijn onmiskenbaar en vereisen onmiddellijk handelen. Voorafgaand kan de hond tekenen van een onderliggende aandoening vertonen.

  • Plotseling in elkaar zakken: de hond valt om en reageert niet meer.
  • Bewusteloosheid: geen reactie op aanspreken, aanraken of pijnprikkels.
  • Geen ademhaling: de ademhaling stopt of er zijn alleen nog agonale happen naar lucht.
  • Geen polsslag: er is geen hartslag voelbaar in de lies of aan de binnenzijde van het achterbeen.
  • Bleke of blauwe slijmvliezen: het tandvlees en de tong worden snel bleek of blauw.
  • Verwijde, niet-reagerende pupillen: de pupillen zijn wijd en reageren niet op licht.
  • Verlies van spiertonus: het lichaam wordt slap.
  • Onvrijwillig urine- of ontlastingsverlies: de hond verliest de controle over blaas en darmen.

Begin onmiddellijk met reanimatie en bel tegelijkertijd de dierenarts. Elke seconde telt.

Oorzaken en risicofactoren

Hartstilstand is het eindresultaat van diverse aandoeningen. De meest voorkomende oorzaken bij honden zijn ernstige hartaandoeningen (gedilateerde cardiomyopathie, hartklepaandoeningen, harttumoren), traumatische shock (na een aanrijding of val), ernstige bloedingen, anafylaxie en zware elektrolytstoornissen.

Rassen met een aanleg voor ernstige hartaandoeningen, zoals de Dobermann, Boxer, Duitse Dog en Ierse Wolfshond, hebben een verhoogd risico. Hartstilstand kan ook optreden als complicatie van narcose, vooral bij honden met een niet eerder vastgestelde hartafwijking.

Andere risicofactoren zijn vergiftiging (met name met hartactieve stoffen), ernstige hypothermie, verdrinking, sepsis en respiratoir falen. Bij oudere honden met een voorgeschiedenis van hartziekte is het risico uiteraard verhoogd.

Diagnose

De diagnose hartstilstand wordt klinisch gesteld: een bewusteloze hond zonder voelbare polsslag, zonder effectieve ademhaling en met verwijde pupillen. In een klinische setting bevestigt een ECG de diagnose en identificeert het specifieke type (asystole, ventrikelfibrilleren of PEA), wat de reanimatiestrategie bepaalt.

Tijdens de reanimatie wordt gezocht naar de onderliggende oorzaak aan de hand van het ezelsbruggetje “5H’s en 5T’s”: hypovolemie, hypoxie, hypothermie, hyperkaliëmie, waterstofionen (acidose), spanningspneumothorax, tamponade, trombose, toxinen en trauma. Het identificeren en corrigeren van de oorzaak vergroot de kans op een succesvolle reanimatie aanzienlijk.

Behandeling

De behandeling bestaat uit cardiopulmonale reanimatie (CPR) volgens het RECOVER-protocol voor honden. Dit omvat borstcompressies (100 tot 120 per minuut), beademing (mond-op-neus of via een beademingsbuis) en toediening van noodmedicatie. Epinefrine wordt elke drie tot vijf minuten intraveneus toegediend. Bij ventrikelfibrilleren wordt defibrillatie (elektrische schok) toegepast.

Tegelijkertijd wordt de onderliggende oorzaak behandeld: intraveneuze vloeistoffen bij bloedverlies, calciumgluconaat bij hyperkaliëmie, pericardiocentese bij tamponade, enzovoort. De reanimatie wordt voortgezet zolang er een redelijke kans op herstel bestaat; doorgaans wordt na twintig tot dertig minuten zonder respons de reanimatie gestaakt.

Honden die de reanimatie overleven, worden opgenomen op de intensive care voor intensieve bewaking. Continue monitoring van hartritme, bloeddruk, zuurstofverzadiging en neurologische status is essentieel. Het risico op een hernieuwde hartstilstand is in de eerste uren het grootst. Behandeling van de onderliggende oorzaak en orgaanondersteuning vormen de basis van de nazorg.

Prognose en preventie

De prognose na hartstilstand is helaas slecht: slechts vijf tot tien procent van de honden overleeft tot ontslag uit de kliniek. Bij honden die in het ziekenhuis een hartstilstand krijgen (waarbij directe reanimatie mogelijk is) is de overlevingskans iets hoger dan bij honden die buiten de kliniek worden getroffen. Overlevenden kunnen neurologische restverschijnselen hebben door zuurstoftekort aan de hersenen.

Preventie richt zich op het vroegtijdig opsporen en behandelen van risicofactoren. Regelmatige hartscreening bij risicorassen, tijdige behandeling van hartaandoeningen en het vermijden van bekende triggers (vergiftiging, overmatige stress) verlagen het risico. Eigenaren van honden met een hartaandoening worden aangemoedigd om basis-CPR te leren, zodat zij in een noodgeval onmiddellijk kunnen handelen.

Kennis van reanimatie kan het verschil maken; leer de basisstappen van CPR bij honden.

Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.

Meer weten over hartaandoeningen?

Ontdek welke hartziektes bij honden voorkomen.

Bekijk alle ziektes Alle ziektes