Cardiomyopathie bij honden
Een ernstige hartspierziekte die vooral grote rassen treft en levensbedreigend kan zijn.
Als het hart verzwakt. Cardiomyopathie is een aandoening van de hartspier waarbij het hart geleidelijk zijn pompfunctie verliest, met verstrekkende gevolgen voor de gezondheid van je hond.
Deze ziekte komt vooral voor bij grote en reuzenrassen en ontwikkelt zich vaak sluipend. Vroege detectie kan het verschil maken tussen jaren van kwaliteitsvol leven en een plotseling noodgeval.
Wat is cardiomyopathie?
Cardiomyopathie, letterlijk “ziekte van de hartspier”, is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de hartspier structureel en functioneel verslechtert. De meest voorkomende vorm bij honden is gedilateerde cardiomyopathie (DCM), waarbij de hartkamers verwijden en de spierwand dunner en zwakker wordt. Hierdoor kan het hart niet meer voldoende bloed rondpompen.
Naast DCM bestaat er ook aritmogene rechterventrikel cardiomyopathie (ARVC), die met name bij de Boxer voorkomt. Bij deze vorm wordt de hartspier gedeeltelijk vervangen door vet- en bindweefsel, wat leidt tot ernstige hartritmestoornissen. Beide vormen zijn progressief en kunnen uiteindelijk tot hartfalen leiden.
Cardiomyopathie treft voornamelijk middelgrote tot grote honden en openbaart zich meestal op middelbare leeftijd, doorgaans tussen de vier en tien jaar. De ziekte ontwikkelt zich geleidelijk: in de beginfase (de “occulte” fase) zijn er vaak geen zichtbare symptomen, terwijl het hart al meetbaar achteruitgaat.
Symptomen van cardiomyopathie
In het vroege stadium vertoont de hond vaak geen duidelijke klachten. Naarmate de ziekte vordert, worden de volgende symptomen zichtbaar:
- Hoesten: vooral ’s nachts of na inspanning, veroorzaakt door vochtophoping in of rond de longen als gevolg van hartfalen.
- Verminderd uithoudingsvermogen: de hond raakt sneller moe tijdens wandelingen en wil eerder stoppen of gaan liggen.
- Versnelde ademhaling: ook in rust ademt de hond sneller dan normaal (meer dan 30 ademhalingen per minuut in rust is een waarschuwingssignaal).
- Flauwvallen: plotselinge bewusteloosheid (syncope) kan optreden door hartritmestoornissen of onvoldoende bloedtoevoer naar de hersenen.
- Opgezwollen buik: vochtophoping in de buikholte (ascites) geeft de buik een opgezette, bolle uitstraling.
- Verminderde eetlust en gewichtsverlies: de hond eet minder en verliest spiermassa, terwijl de buik door vocht juist dikker kan lijken.
- Rusteloosheid ’s nachts: de hond kan niet comfortabel liggen en verplaatst zich regelmatig, vaak door benauwdheid.
- Blauwe of bleke slijmvliezen: het tandvlees en de tong kunnen een blauwige of bleke tint krijgen door onvoldoende zuurstofvoorziening.
Bij de Boxer kan ARVC zich uiten als plotselinge hartritmestoornissen, soms zelfs als plotseling overlijden zonder voorafgaande symptomen. Regelmatige hartcontrole is bij dit ras dan ook extra belangrijk.
Oorzaken en risicofactoren
Cardiomyopathie heeft bij honden vaak een genetische basis. De ziekte komt opvallend vaak voor bij bepaalde grote rassen, waaronder de Dobermann, de Deense Dog, de Ierse Wolfshond, de Newfoundlander en de Boxer. Bij de Dobermann is de prevalentie bijzonder hoog: naar schatting ontwikkelt tot 58% van de Dobermannen in hun leven een vorm van DCM.
Naast genetische aanleg spelen voedingsdeficiënties een rol. Een tekort aan taurine of L-carnitine kan bijdragen aan het ontstaan van DCM, vooral bij rassen als de Cocker Spaniel en de Golden Retriever. Recentelijk is er ook aandacht voor een mogelijk verband tussen graanvrije voeding en DCM, hoewel het wetenschappelijk bewijs hiervoor nog niet sluitend is.
Andere mogelijke oorzaken zijn virale myocarditis (ontsteking van de hartspier door een virus), toxische schade (bijvoorbeeld door het medicijn doxorubicine), langdurig onbehandelde schildklieraandoeningen en chronische tachycardie. Bij veel honden wordt echter geen duidelijke oorzaak gevonden en spreekt men van idiopathische cardiomyopathie.
Diagnose
De diagnose wordt bij voorkeur gesteld met een echocardiografie (hartecho), waarmee de afmetingen van de hartkamers, de wanddikte en de pompfunctie nauwkeurig kunnen worden beoordeeld. Dit is de gouden standaard voor het vaststellen van DCM. Aanvullend wordt een elektrocardiogram (ECG) gemaakt om hartritmestoornissen op te sporen, die vooral bij Boxers met ARVC van groot belang zijn.
Een Holtermonitor, een draagbaar ECG-apparaat dat 24 uur het hartritme registreert, wordt ingezet bij rassen met een hoog risico om ritmestoornissen op te vangen die bij een kort ECG gemist kunnen worden. Bloedonderzoek, waaronder cardiale biomarkers als troponine en NT-proBNP, kan een vroege aanwijzing geven voor hartschade. Röntgenfoto’s van de borstkas tonen een vergroot hartsilhouet en eventuele vochtophoping in de longen.
Behandeling
Cardiomyopathie is helaas niet te genezen, maar met de juiste medicatie kan de progressie worden vertraagd en de levenskwaliteit worden verbeterd. De hoeksteen van de behandeling bestaat uit pimobendan, een medicijn dat de pompkracht van het hart versterkt en de bloedvaten verwijdt. Daarnaast worden ACE-remmers (zoals benazepril of enalapril) voorgeschreven om de belasting van het hart te verminderen.
Bij vochtophoping worden diuretica (plasmiddelen) zoals furosemide ingezet om overtollig vocht uit het lichaam te verwijderen. Anti-aritmische medicijnen, zoals sotalol of mexiletine, zijn nodig wanneer er sprake is van ernstige hartritmestoornissen. Bij een aangetoond tekort aan taurine of carnitine wordt aanvullende suppletie gegeven, wat bij sommige honden tot een meetbare verbetering van de hartfunctie leidt.
Naast medicatie is aanpassing van het dagelijks leven belangrijk. Beperk zware inspanning, voorkom oververhitting en zorg voor een natriumarm dieet. Regelmatige controles bij de dierenarts, inclusief echocardiografie, zijn essentieel om de medicatie bij te stellen en de voortgang te monitoren.
Prognose en preventie
De prognose van cardiomyopathie varieert sterk per ras en per individuele hond. Bij Dobermannen met DCM is de gemiddelde overlevingstijd na diagnose helaas beperkt tot zes tot twaalf maanden. Bij andere rassen, met name wanneer de ziekte in een vroeg stadium wordt ontdekt en goed reageert op medicatie, kan de hond nog enkele jaren met goede kwaliteit van leven hebben. De prognose verslechtert aanzienlijk zodra er tekenen van congestief hartfalen optreden.
Preventie begint bij verantwoord fokbeleid: laat fokdieren screenen op cardiomyopathie via echocardiografie en Holtermonitoring. Bij risicarassen is jaarlijkse hartscreening vanaf de leeftijd van drie tot vier jaar aan te raden. Voed je hond een uitgebalanceerd dieet met voldoende taurine en carnitine, en overleg met je dierenarts over het voerbeleid. Vroegtijdige detectie via screeningsprogramma’s biedt de beste kans op een langer en gezonder leven.
Cardiomyopathie laat zich niet altijd voorkomen, maar vroege opsporing en consequente behandeling geven je hond de beste kans op extra levensjaren met goede kwaliteit.
Dit artikel is puur informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg altijd een dierenarts bij gezondheidsklachten van je hond.
Meer weten over hartziekten?
Ontdek hoe je het hart van jouw hond gezond houdt.